Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:1103

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-05-2014
Datum publicatie
14-05-2014
Zaaknummer
13/03827
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:367, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Opzetheling. Falende bewijsklacht. Uit de vaststelling dat verdachte “zijn” auto merk Land Rover, voorzien van valse kentekenplaten, bij de dealer achterliet zonder die weer te komen ophalen, heeft het Hof kennelijk afgeleid dat het dermate onwaarschijnlijk is dat de verdachte niet wist dat die auto van misdrijf afkomstig was dat het niet anders kan zijn dan dat hij die wetenschap had. Aldus beschouwd is het oordeel van Hof ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat namens verdachte geen f&o naar voren zijn gebracht die aan deze onwaarschijnlijkheid afbreuk zouden kunnen doen. Conclusie: anders.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 416
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0222
RvdW 2014/731
VA 2015/6
JIN 2014/119 met annotatie van M.L.C.C. de Bruijn-Lückers
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 mei 2014

Strafkamer

nr. 13/03827

Hoge Raad der Nedxerlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 28 mei 2013, nummer 21/003791-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.G. Vos, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de beslissingen over feit 2 en de strafoplegging betreft en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte wist dat de in de bewezenverklaring van feit 2 genoemde auto (Land Rover) een door misdrijf verkregen goed betrof omdat "uit het enkele feit dat rekwirant in het bezit was van de auto niet volgt dat rekwirant wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof".

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 1 en 2 bewezenverklaard dat:

"1. hij in de periode van 26 mei 2012 tot en met 27 mei 2012 te Rhenen, opzettelijk een personenauto (merk BWM type X6, kleur zwart), toebehorende aan [A] B.V., welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als houder ten behoeve van een proefrit, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2. hij in de periode van 16 januari 2012 tot en met 26 mei 2012 te Rhenen, een personenauto, merk Land Rover voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die auto, wist, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof."

2.2.2.

Deze bewezenverklaringen steunen op de volgende bewijsmiddelen:

"1. het als bijlage bij het proces-verbaal relaas gevoegde in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aangifte (pag. 9 t/m 11), nr. PL0950 2012117603-1, gesloten en ondertekend op 26 mei 2012 door [verbalisant 1], bijzonder opsporingsambtenaar domein generieke opsporing van politie Utrecht, inhoudende de aangifte van [betrokkene 1], zakelijk weergegeven:

Ik ben eigenaar van het [A] BV te Rhenen. Op 26 mei 2012 omstreeks 10.30 uur kwam er een man bij mij in de showroom. Ik had deze man ook al op zaterdag 19 mei 2012 in de showroom gezien. Op zaterdag 19 mei 2012 informeerde de man naar een zwarte BMW, type: X6 die ik in de showroom had staan. De man heeft toen de BMW bekeken, maar zei dat hij zijn eigen auto niet bij zich had en dat hij wel terug zou komen. Op zaterdag 26 mei 2012 omstreeks 10.30 uur kwam deze man dus opnieuw bij mij in de showroom. Hij zei dat hij toen wel zijn auto bij zich had. Ik heb hem de BMW opnieuw laten zien. Ik vroeg hem om de sleutels van zijn auto, zodat ik die kon bekijken. De man vroeg of hij een proefrit met de BMW mocht maken. Ik heb geen identiteitsbewijs of kopie hiervan achter gehouden. Wel had ik de sleutels van de auto waarmee de man was gekomen. Op 26 mei 2012 omstreeks 15.30 uur vond ik dat de man wel erg lang met de BMW weg was. Ik ben toen naar zijn auto gelopen. Het betreft een Landrover, type Rangerover sport, kleur zwart, voorzien van kenteken [AA-00-BB]. Na controle bleek dat de Landrover als gestolen stond bij een Opel dealer. Het goede kenteken dat bij de Landrover hoort is [CC-00-DD]. De auto die door mij aan de man is meegegeven betreft een BMW, type X6, kleur zwart.

2. het als bijlage bij het proces-verbaal relaas gevoegde in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (pag. 29), nr. PL0950 2012117603-12, gesloten en ondertekend op 9 juli 2012 door [verbalisant 2] voornoemd en [verbalisant 3], brigadier van politie Utrecht, inhoudende als relaas van verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 22 juni 2012 heb ik een onderzoek ingesteld waarbij het volgende werd bevonden.

Op 26 mei 2012 werd een personenauto, merk BMW, type X6, kenteken [EE-00-FF] verduisterd te Rhenen. Op 27 mei 2012 werd genoemd voertuig aangetroffen te Rotterdam in de parkeergarage gelegen aan de Kruiskade. De bewakingsbeelden van genoemde parkeergarage, verstrekt door Interparking Beheer zijn door mij bekeken en het navolgende was waarneembaar:

Datum: 26 mei 2012

Camera parkeerdek 5.1:

15.59.47

uur komt een donkerkleurige personenauto, merk BMW, type X-serie de parkeergarage ingereden.

15.59.59

uur is te zien dat genoemd voorzien is van het kenteken [EE-00-FF]. Tevens is te zien dat er slechts één persoon in het voertuig zit. Van deze bestuurder zijn printjes gevoegd bij dit proces-verbaal.

Camera parkeerdek 5.2:

16.00.07

uur stopt genoemd voertuig.

16.00.23

uur parkeert de bestuurder genoemd voertuig achteruit en een parkeervak.

16.04.07

uur verlaat en sluit de bestuurder de BMW.

Camera parkeerdek 5.3:

16.04.17

uur komt de bestuurder het parkeerdek omhoog gelopen en loopt vervolgens naar rechts.

3. het als bijlage bij het proces-verbaal relaas gevoegde in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal verhoor aangever (pag. 12 t/m 13), nr. PL0950 2012117603-6, gesloten en ondertekend op 12 juni 2012 door [verbalisant 4], brigadier van politie Utrecht, inhoudende de verklaring van [betrokkene 1], zakelijk weergegeven:

U toont mij twee foto's van een man. Ik zie dat deze foto's in een parkeergarage zijn gemaakt. Ik herken deze man voor de volle 100% als de man die op 26 mei 2012 een Landrover, type Rangerover, voorzien van kenteken [AA-00-BB] achter liet bij mijn bedrijf en die vervolgens een BMW, type X6, voorzien van het kenteken [EE-00-FF], van mij mee kreeg voor een proefrit. Deze man heeft mijn BMW niet meer terug gebracht.

4. het als bijlage bij het proces-verbaal relaas gevoegde in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (pag. 26), nr. PL0987 2012117603-7, gesloten en ondertekend op 13 juni 2012 door [verbalisant 5], hoofdagent van politie Utrecht, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

In één van de dia's van de briefing, werd de herkenning gevraagd van een man die op 26 mei 2012 een personenauto zou hebben verduisterd bij [A]. Ik herken de man in deze dia als zijnde:

[verdachte].

5. het als bijlage bij het proces-verbaal relaas gevoegde in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (pag. 18 en 19), nr. PL0950 20121 17603-10, gesloten en ondertekend op 23 juni 2012 door [verbalisant 2] voornoemd, inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 22 juni 2012 werd door ons verbalisanten de verdachte [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats], gehoord. Wij, verbalisanten, hadden tevens de beelden van de bewakingscamera's van de parkeergarage aan de Kruiskade te Rotterdam d.d. 26 mei 2012 bekeken. Wij herkenden de verdachte [verdachte] als de persoon die de personenauto, merk BMW, voorzien van het kenteken [EE-00-FF], parkeerde aldaar en vervolgens wegliep richting het trappenhuis van genoemde parkeergarage.

6. het als bijlage bij het proces-verbaal relaas gevoegde in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aangifte (pag. 36 t/m 38), nr. PL11IN 2012003779-1, gesloten en ondertekend op 16 januari 2012 door [verbalisant 6], bijzonder opsporingsambtenaar domein generieke opsporing van politie Zaanstreek-Waterland, inhoudende de aangifte van [betrokkene 2], zakelijk weergegeven:

Ik ben gemachtigd namens [B] BV te Zaandam aangifte te doen. Op 16 januari 2012 omstreeks 9.15 uur heb ik de auto van het merk Land Rover, type Range Rover, kleur zwart en voorzien van kenteken [CC-00-DD] zonder schade afgesloten weggezet op het bedrijfsterrein van [B] BV

Omstreeks 14.45 wilde ik de auto binnen zetten. Ik zag dat de auto was weggenomen. Het weggenomen goed behoort geheel in eigendom toe aan [B] BV. Niemand had het recht of de toestemming dit goed weg te nemen en zich toe te eigenen."

2.2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaringen voorts overwogen:

"Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen."

2.4.

Uit de vaststelling dat de verdachte "zijn" auto, merk Land Rover, voorzien van valse kentekenplaten, bij de dealer achterliet zonder die weer te komen ophalen, heeft het Hof kennelijk afgeleid dat het dermate onwaarschijnlijk is dat de verdachte niet wist dat die auto van misdrijf afkomstig was dat het niet anders kan zijn dan dat hij die wetenschap had. Aldus beschouwd is het oordeel van Hof ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat namens de verdachte geen feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht die aan deze onwaarschijnlijkheid afbreuk zouden kunnen doen.

2.5.

Het middel faalt.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2014.