Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:1096

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-05-2014
Datum publicatie
13-05-2014
Zaaknummer
12/04610
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:361, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Falende klacht over de kwalificatie van verduistering in dienstbetrekking. De Hoge Raad leest de bewezenverklaring verbeterd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0218
RvdW 2014/726
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 mei 2014

Strafkamer

nr. 12/04610

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 16 juli 2012, nummer 21/003093-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. B.P. de Boer en mr. D.N. de Jonge, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde, met inachtneming van de gedeeltelijke intrekking van het cassatieberoep, in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt dat het Hof het bewezenverklaarde gronddelict ten onrechte heeft gekwalificeerd als - kort gezegd - verduistering in dienstbetrekking, althans dat de bewezenverklaring innerlijk tegenstrijdig is.

3.2.1.

Aan de verdachte is - voor zover in cassatie van belang - tenlastegelegd dat:

"[betrokkene 1] op of omstreeks 27 september 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2500 digitale camera's (van het merk Samsung), in elk geval enig goed dat/die geheel of ten dele toebehorende(n) aan [A] en/of Samsung Opto Electronics France SA en/of Samsung International, in elk geval aan een ander of anderen dan aan [betrokkene 1] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, en welk(e) goed(eren) [betrokkene 1] en/of zijn mededader(s) en/of verdachte uit hoofde van zijn/hun persoonlijke dienstbetrekking van/als chauffeur, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend, bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 11 september 2007 tot en met 11 november 2007 te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest door

- te helpen met de opbouw van pallets en het omwikkelen van pallets met zwart tape en/of

- te helpen met het uitladen en verwisselen van pallets en/of

- (tweemaal) mee te gaan met het ophalen van voornoemde camera's en/of

- mee te helpen met het opruimen en wegbrengen van de restanten in een loods en/of

- mee te helpen met schoonmaken/vegen van een loods en/of

- een deel van de buit (als beloning) in bezit te hebben."

3.2.2.

Daarvan is bewezenverklaard dat:

"[betrokkene 1] op omstreeks 27 september 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2500 digitale camera's (van het merk Samsung), geheel of ten dele toebehorende aan [A] en/of Samsung Opto Electronics France SA en/of Samsung International, welke goederen [betrokkene 1] uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als chauffeur onder zich had, bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 11 september 2007 tot en met 11 november 2007 te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer en te Amsterdam, opzettelijk behulpzaam is geweest door

- te helpen met de opbouw van pallets en

- te helpen met het uitladen en verwisselen van pallets en

- tweemaal mee te gaan met het ophalen van voornoemde camera's en

- mee te helpen met het opruimen en wegbrengen van de restanten in een loods en

- mee te helpen het schoonmaken/vegen van een loods en

- een deel van de buit als beloning in bezit te hebben."

3.2.3.

Deze bewezenverklaring steunt op onder meer de volgende bewijsmiddelen:

"1. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van aangifte - als bijlage gevoegd in map 01 met opschrift "Onderzoek Eeuwig Leven" (blz. 55 e.v.) - gesloten op 10 oktober 2007, mutatienummer: PL27RR/07-074936, door [verbalisant 1], adjudant der Koninklijke Marechaussee, inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [betrokkene 2]:

Ik ben uit hoofde van mijn functie, manager bij de firma "[A]", bevoegd tot het doen van aangifte van diefstal dan wel verduistering van 2.500 digitale fotocamera's van het merk "Samsung".

Op 27 september 2007 werd door Martinair Cargo een zending bestaande uit negen pallets met fotocamera's afgeleverd in de loods van het vrachtafhandeldingsbedrijf "[C]", gevestigd te Schiphol. De afstand tussen "[C]" en ons bedrijf is ongeveer 500 meter. De zending bestond uit 1.500 digitale fotocamera's van het merk Samsung, type D60, 500 digitale fotocamera's van het merk Samsung, type L730 en 500 digitale fotocamera's van het merk Samsung, type L830.

Een door ons bij de firma "[B]" ingehuurde chauffeur, genaamd [betrokkene 1], kreeg op 27 september 2007 de opdracht om voormelde zending bij "[C]" op te halen en naar ons bedrijf te brengen. Op 27 september 2007 heeft [betrokkene 1] de zending opgehaald en omstreeks 15.00 uur die dag werd de zending in de loods van ons bedrijf aangeleverd.

Op 28 september 2007 werd de zending vanuit ons bedrijf naar de transportfirma "[D]" gebracht om van daaruit verder te worden gedistribueerd. Bij controle van de zending door personeel van "[D]" bleek dat er op de negen pallets geen digitale fotocamera's geladen waren, maar dat op de pallets zakken ophoogzand geladen waren. Uit beelden van de beveiligingscamera's bij "[C]" blijkt dat de pallets niet van gelijke hoogte waren, dat de pallets door [betrokkene 1] werden opgehaald en dat [betrokkene 1] omstreeks 13.18 uur als bestuurder van een trekker met oplegcombinatie het terrein van "[C]" verlaat.

Uit de beelden van onze eigen bewakingscamera's blijkt dat de zending van negen pallets omstreeks 15.00 uur in onze loods arriveerde en dat de negen pallets van gelijke hoogte waren.

Door onze warehousemanager, [betrokkene 3], werd op 28 september 2007 aan [betrokkene 1] gevraagd om zijn tachograafschijf. [betrokkene 1] kon die niet direct overhandigen. Dit deed hij pas een paar dagen later. [betrokkene 1] verklaarde toen dat hij direct nadat hij de zending van negen pallets bij "[C]" had opgehaald naar de firma DHL was gereden en daarna, na inname van medicijnen, een uurtje had liggen slapen.

(...)

4. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van verhoor - zie de bundel met opgemaakte processen-verbaal afkomstig uit het strafdossier tegen [betrokkene 1] (blz. 20 e.v.) - gesloten op 11 oktober 2008, proces-verbaalnummer: PL27RR/07-074936, door [verbalisant 2] en [verbalisant 3], beiden wachtmeester der eerste klasse der Koninklijke Marechaussee, inhoudende - zakelijk weergegeven - de verklaring van [betrokkene 1]:

Ik heb digitale fotocamera's gestolen. De fotocamera's heb ik naar Lijnden gebracht, lk heb medio september 2007 een loods in Lijnden gehuurd. Toen ik de loods eenmaal gehuurd had ontstond bij mij het idee om digitale fotocamera's te stelen.

Ik had tijdens mijn werkzaamheden als chauffeur op de Luchthaven Schiphol ongeveer één keer per week een zending digitale fotocamera's in mijn vrachtwagen staan. Ik bedacht toen dat ik in de loods te Lijnden soortgelijke pallets moest maken, zodat ik deze op een dag kon omruilen met pallets met digitale fotocamera's.

Nadat het idee was ontstaan heb ik samen met mijn broers [verdachte] en [betrokkene 4] in de loods in Lijnden pallets gemaakt.

Toen ik op een dag een zending digitale fotocamera's op Schiphol moest ophalen besloot ik dat ik de digitale fotocamera's ging stelen. Ik weet niet meer hoeveel pallets met camera's ik in mijn vrachtwagen had staan. Ik moest de pallets naar de loods van [A] op de Luchthaven Schiphol brengen. Ik besloot dit niet te doen en door te rijden naar de loods in Lijnden. Onderweg van Schiphol naar Lijnden heb ik [betrokkene 4] en [verdachte] gebeld. Ik vertelde dat ze naar de loods in Lijnden moesten komen om te helpen met het lossen van mijn vrachtwagen.

Toen ik bij de loods aankwam waren [betrokkene 4] en [verdachte] al bij de loods. Ik weet niet meer hoeveel pallets met digitale fotocamera's ik uit mijn vrachtauto heb gehaald. Vervolgens heb ik een zelfde hoeveelheid pallets terug in mijn vrachtauto gezet. Hierna ben ik gereden naar de loods van [A] op Schiphol. Daar heb ik de zending met pallets gelost.

Ik wist natuurlijk dat dit niet de zending was die ik eigenlijk af moest leveren bij [A]. Volgens mij waren de fotocamera's van het merk Samsung.

(...)"

3.2.4.

Het Hof heeft de tenlastelegging kennelijk aldus opgevat dat zij mede is toegesneden op art. 322 in verbinding met art. 48 Sr. Het Hof heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als "medeplichtigheid aan medeplegen van verduistering, gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft". Voorts heeft het Hof als te dezen mede toepasselijk wettelijk voorschrift wel art. 322 Sr doch niet art. 310 Sr vermeld.

3.3.

Gelet op hetgeen onder 3.2.3 en 3.2.4 is weergegeven moet worden aangenomen dat het Hof in de voor de bewezenverklaring gebruikte tekst van de tenlastelegging kennelijk bij vergissing (i) niet heeft doorgehaald de woorden "met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen" en (ii) – na "als chauffeur onder zich had" – heeft doorgehaald de woorden "wederrechtelijk zich hebben toegeëigend". De Hoge Raad leest de bewezenverklaring in die zin verbeterd. Daardoor ontvalt aan het middel de feitelijke grondslag zodat het niet tot cassatie kan leiden.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2014.