Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:1093

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-05-2014
Datum publicatie
13-05-2014
Zaaknummer
13/01173
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ1989, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:358, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verkrachting, art. 242 Sr. De HR heeft in zijn arrest ECLI:NL:HR:2013:BZ2653 beslist dat - kort gezegd - een afgedwongen tongzoen niet meer als verkrachting i.d.z.v. art. 242 Sr kan worden gekwalificeerd. Daaruit volgt dat het Hof het bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als verkrachting. Het middel klaagt daarover terecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
SR-Updates.nl 2014-0219
NJB 2014/1102
RvdW 2014/729
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 mei 2014

Strafkamer

nr. 13/01173

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 februari 2013, nummer 20/002545-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt dat het Hof het onder 1 bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als verkrachting.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:

"hij op 18 maart 2012 te Breda door geweld en bedreiging met geweld [betrokkene 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een handeling die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [betrokkene 1], hebbende hij, verdachte, zijn tong in de mond van [betrokkene 1] geduwd/gebracht en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat hij, verdachte, [betrokkene 1] meermalen heeft geslagen/gestompt en [betrokkene 1] klem heeft gezet en het hoofd van [betrokkene 1] heeft vastgepakt/vastgehouden zodat [betrokkene 1] haar hoofd niet kon wegdraaien en [betrokkene 1] aan haar haren de trap op heeft getrokken/gesleurd en aldus voor [betrokkene 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan."

2.2.2.

Het Hof heeft dit bewezenverklaarde feit onder aanhaling van art. 242 Sr gekwalificeerd als "verkrachting".

2.3.

De tenlastelegging is toegesneden op art. 242 Sr. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 12 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2653, NJ 2013/437, beslist dat – kort gezegd – enkel een afgedwongen tongzoen niet meer als verkrachting in de zin van art. 242 Sr kan worden gekwalificeerd. Daaruit volgt dat het Hof het bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als verkrachting. Het middel klaagt daarover terecht.

3. Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het derde middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof s-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2014.