Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:1068

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
02-05-2014
Datum publicatie
02-05-2014
Zaaknummer
14/00149
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:247, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:3877, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Jeugdrecht. Ondertoezichtstelling. Volgt uit beëindiging plaatsing in gesloten inrichting schadevergoedingsplicht voort uit art. 5 lid 5 EVRM? Stelplicht. Belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/657
JWB 2014/220
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

2 mei 2014

Eerste Kamer

nr. 14/00149

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

1. [de jeugdige],
wonende te [woonplaats], thans verblijvende in het Transferium te Heerhugowaard,

2. [de vader],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,

t e g e n

STICHTING BUREAU JEUGDZORG NOORD-HOLLAND,
gevestigd te Haarlem,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de jeugdige en haar vader en de Stichting.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak C/15/204781/JU RK 13-709 van de rechtbank Noord-Holland van 23 augustus 2013;

b. de beschikking in de zaak 200.133.132/01 en 200.133.132/02 van het gerechtshof Amsterdam van 7 oktober 2013.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof hebben de jeugdige en haar vader beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Stichting heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekers in hun cassatieberoep, op grond van art. 80a lid 1 RO.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 5-9).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 2 mei 2014.