Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2014:1006

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-04-2014
Datum publicatie
25-04-2014
Zaaknummer
14/00362
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2014:190, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:3455, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Illegale hennepkwekerij door onderhuurder. Afsluiting elektriciteit. Feitelijke grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/627
JWB 2014/206

Uitspraak

25 april 2014

Eerste Kamer

nr. 14/00362

LZ/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,

t e g e n

LIANDER N.V.,
gevestigd te Arnhem,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Liander.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 181667/HA ZA 11-641 van de rechtbank Haarlem van 17 augustus 2011 en 15 februari 2012;

b. het arrest in de zaak 200.108.339/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 oktober 2013.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen Liander is verstek verleend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3 en 4).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Liander begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 april 2014.