Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:CA3758

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-09-2013
Datum publicatie
13-09-2013
Zaaknummer
13/02114
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:CA3758, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ7835, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Familierecht. Verzoek tot opheffing ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige. Schending hoor en wederhoor? Feitelijke grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/1072
JWB 2013/436
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 september 2013

Eerste Kamer

nr. 13/02114

RM/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[de moeder],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. E.A.M. Brouwers-Bouwman,

t e g e n

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO ROTTERDAM RIJNMOND,
gevestigd te Rotterdam,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 403062/JE RK 12-1680 en 412147/12-3295 van de rechtbank Rotterdam van 6 december 2012;

b. de beschikking in de zaak 200.118.560/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 6 februari 2013.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

De advocaat van de moeder heeft bij brief van 27 juni 2013 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 13 september 2013.