Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:CA1721

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-07-2013
Datum publicatie
16-07-2013
Zaaknummer
13/01119
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:CA1721, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6645, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Echtscheiding. Huwelijkse voorwaarden. Verdeling gezamenlijke schuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/890
JWB 2013/402
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 juli 2013

Eerste Kamer

nr. 13/01119

RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. M-J.E. Gilsing,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

  1. de beschikking in de zaak FA RK 11-6990 / 402434 van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 april 2012;

  2. de beschikking in de zaak 200.110.364/01 en 200.110.368/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 december 2012.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van de man in zijn cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

De advocaat van de man heeft bij brief van 30 mei 2013 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.