Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:BZ8645

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-04-2013
Datum publicatie
26-04-2013
Zaaknummer
11/02642
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ8645
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

68 Sr. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van "hetzelfde feit", dient de rechter in de situatie waarop art. 313 Sv ziet de in de tenlastelegging en de in de vordering tot wijziging van de tenlastelegging omschreven verwijten te vergelijken. De HR formuleert relevante vergelijkingsfactoren. Zowel het verschil in de juridische aard van de aan verdachte verweten feiten (te weten: oplichting a.b.i. art. 326 Sr en witwassen a.b.i. art. 420bis/420quater Sr) als het verschil tussen de omschreven gedragingen loopt niet zodanig uiteen dat geen sprake kan zijn van "hetzelfde feit" in de zin van art. 68 Sr. De strafbaarstellingen van oplichting en (schuld)witwassen strekken immers mede ter bescherming van de integriteit van het financieel en economisch verkeer, terwijl de strafmaxima die op oplichting en (schuld)witwassen zijn gesteld, slechts in geringe mate uiteenlopen. Het Hof heeft, kennelijk oordelend dat de desbetreffende gedragingen dezelfde geldbedragen betroffen en als één feitencomplex kunnen worden aangemerkt, daarom zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting nagelaten de (tussen)beslissingen te vernietigen van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch tot toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, en beraadslaagd en beslist op grondslag van de aldus gewijzigde tenlastelegging.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 68
Wetboek van Strafrecht 326
Wetboek van Strafrecht 420bis
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2013/101 met annotatie van C.J.A. de Bruijn
NBSTRAF 2013/206
VA 2014/9
NJB 2013/1268
NJ 2013/281
RvdW 2013/680

Uitspraak

26 april 2013

Strafkamer

nr. 11/02642

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 april 2011, nummer 20/004494-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vermindering van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte heeft nagelaten de (tussen)beslissing te vernietigen van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch tot toewijzing van een tweetal vorderingen tot wijziging van de tenlastelegging, nu door de toegestane vorderingen tot wijziging van de tenlastelegging geen sprake meer is van "hetzelfde feit" zodat het Hof ten onrechte heeft beraadslaagd en beslist op grondslag van de gewijzigde tenlastelegging.

2.2.1. Aan de verdachte is bij inleidende dagvaarding tenlastegelegd dat:

"hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 mei 2008 tot en met 01 augustus 2008 op hierna te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels een of meerdere perso(o)n(en) heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, te weten:

zaak 1: in of omstreeks de periode van 22 mei 2008 tot en met 23 mei 2008 te Baarle-Nassau [betrokkene 1] (200 euro) en/of

zaak 2: in of omstreeks de periode van 5 juni 2008 tot en met 19 juni 2008 te Kleine Sluis [betrokkene 2] (145 euro) en/of

zaak 3: in of omstreeks de periode van 14 juli 2008 tot en met 18 juli 2008 te Bunschoten [betrokkene 3] (300 euro) en/of

zaak 4: op of omstreeks 15 juli 2008 te Eygelshoven [betrokkene 4] (200 euro) en/of

zaak 5: in of omstreeks de periode van 5 juni 2008 tot en met 13 juni 2008 te Leeuwarden [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] ( 140 euro) en/of

zaak 6: in of omstreeks de periode van 19 juli 2008 tot en met 22 juli 2008 te Arnhem [betrokkene 7] (300 euro) en/of

zaak 7: in of omstreeks de periode van 12 juni 2008 tot en met 13 juni 2008 te Zaandam [betrokkene 8] en/of [betrokkene 9] (250 euro) en/of

zaak 8: op of omstreeks 16 juni 2008 te Heiloo [betrokkene 10] (200 euro) en/of

zaak 9: in of omstreeks de periode van 2 juli 2008 tot en met 5 juli 2008 te Oss [betrokkene 11] (325 euro)

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- op de internetsite www.marktplaats.nl een of meerdere goederen (te weten een draaitafel en/of festivalkaartjes en/of een of meerdere zogenoemde iPhones en/of een zogenoemde iPod) te koop aangeboden en/of

- zich als bonafide verkoper uitgegeven en/of

- telkens een valse en/of onjuiste naam en/of vals/onjuist adres opgegeven en/of

- tegenover voornoemd(e) perso(o)nen (via e-mail en/of telefonisch) aangegeven bovengenoemde goederen na (gedeeltelijke) betaling te zullen leveren en/of

- (daarbij) met voornoemde perso(o)nen afspraken gemaakt over de prijs/koop en/of (af)levering van voornoemde goederen en/of

- (vervolgens) het bankrekeningnummer [001] aan voornoemde perso(o)n(en) op/doorgegeven,

waardoor een of meerdere bovengenoemd(e) perso(o)n(en) en/of een of meerdere andere perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(s);

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[Betrokkene 12] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 01 juni 2008 tot en met 01 augustus 2008 te Eindhoven in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

een of meerdere perso(o)n(en) heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, te weten:

zaak 1: in of omstreeks de periode van 22 mei 2008 tot en met 23 mei 2008 te Baarle-Nassau [betrokkene 1] (200 euro) en/of

zaak 2: in of omstreeks de periode van 5 juni 2008 tot en met 19 juni 2008 te Kleine Sluis [betrokkene 2] (145 euro) en/of

zaak 3: in of omstreeks de periode van 14 juli 2008 tot en met 18 juli 2008 te Bunschoten [betrokkene 3] (300 euro) en/of

zaak 4: op of omstreeks 15 juli 2008 te Eygelshoven [betrokkene 4] (200 euro) en/of

zaak 5: in of omstreeks de periode van 5 juni 2008 tot en met 13 juni 2008 te Leeuwarden [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] ( 140 euro) en/of

zaak 6: in of omstreeks de periode van 19 juli 2008 tot en met 22 juli 2008 te Arnhem [betrokkene 7] (300 euro) en/of

zaak 7: in of omstreeks de periode van 12 juni 2008 tot en met 13 juni 2008 te Zaandam [betrokkene 8] en/of [betrokkene 9] (250 euro) en/of

zaak 8: op of omstreeks 16 juni 2008 te Heiloo [betrokkene 10] (200 euro) en/of

zaak 9: in of omstreeks de periode van 2 juli 2008 tot en met 5 juli 2008 te Oss [betrokkene 11] (325 euro)

hebbende [betrokkene 12] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- op de internetsite www.marktplaats.nl een of meerdere goederen (te weten een draaitafel en/of festivalkaartjes en/of een of meerdere zogenoemde iPhones en/of een zogenoemde iPod) te koop aangeboden en/of

- zich als bonafide verkoper uitgegeven en/of

- telkens een valse en/of onjuiste naam en/of vals/onjuist adres opgegeven en/of

- tegenover voornoemd(e) perso(o)nen (via e-mail en/of telefonisch) aangegeven bovengenoemde goederen na (gedeeltelijke) betaling te zullen leveren en/of

- (daarbij) met voornoemde perso(o)nen afspraken gemaakt over de prijs/koop en/of (af)levering van voornoemde goederen en/of

- (vervolgens) het bankrekeningnummer [001] aan voornoemde perso(o)n(en) op/doorgegeven,

waardoor een of meerdere bovengenoemd(e) perso(o)n(en) en/of een of meerdere andere perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(s);

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 01 mei 2008 tot en met 01 augustus 2008 te Eindhoven en/of elders in Nederland gelegenheid, opzettelijk middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door zijn bankrekening (met bankrekeningnummer [001]) aan [betrokkene 12] en of een/of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) ter beschikking te stellen en/of (een gedeelte van) de door voornoemde benadeelden op die bankrekening gestorte geldbedragen op te nemen en aan [betrokkene 12] en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) te overhandigen."

2.2.2. Ter terechtzitting van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 27 april 2009 en vervolgens van 4 december 2009 heeft de Officier van Justitie op de voet van art. 313 Sv gevorderd dat de tenlastelegging wordt gewijzigd, in dier voege dat daaraan - uiteindelijk - meer subsidiair wordt toegevoegd dat:

"hij in de periode van 01 mei 2008 tot en met 01 augustus 2008 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, goederen, te weten geld (3000 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven, voorhanden hebben en overdragen van dat geld wist, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit geld onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf."

2.2.3. De Politierechter heeft de vorderingen tot wijziging van de tenlastelegging toegewezen. Het Hof heeft op grondslag van de gewijzigde tenlastelegging beraadslaagd en beslist.

2.3. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van "hetzelfde feit", dient de rechter in de situatie waarop art. 313 Sv ziet de in de tenlastelegging en de in de vordering tot wijziging van de tenlastelegging omschreven verwijten te vergelijken.

Bij die toetsing dienen de volgende gegevens als relevante vergelijkingsfactoren te worden betrokken.

(A) De juridische aard van de feiten.

Indien de tenlastegelegde feiten niet onder dezelfde delictsomschrijving vallen, kan de mate van verschil tussen de strafbare feiten van belang zijn, in het bijzonder wat betreft

(i) de rechtsgoederen ter bescherming waarvan de onderscheidene delictsomschrijvingen strekken, en

(ii) de strafmaxima die op de onderscheiden feiten zijn gesteld, in welke strafmaxima onder meer tot uitdrukking komt de aard van het verwijt en de kwalificatie als misdrijf dan wel overtreding.

(B) De gedraging van de verdachte.

Indien de tenlastelegging en de vordering tot wijziging daarvan niet dezelfde gedraging beschrijven, kan de mate van verschil tussen de gedragingen van belang zijn, zowel wat betreft de aard en de kennelijke strekking van de gedragingen als wat betreft de tijd waarop, de plaats waar en de omstandigheden waaronder zij zijn verricht.

Uit de bewoordingen van het begrip "hetzelfde feit" vloeit reeds voort dat de beantwoording van de vraag wat daaronder moet worden verstaan, mede wordt bepaald door de omstandigheden van het geval. Vuistregel is nochtans dat een aanzienlijk verschil in de juridische aard van de feiten en/of in de gedragingen tot de slotsom kan leiden dat geen sprake is van "hetzelfde feit" in de zin van art. 68 Sr. (Vgl. HR 1 februari 2011, LJN BM9102, NJ 2011/394).

2.4. De aan de verdachte verweten gedraging is - kort gezegd - in de tenlastelegging omschreven als betrokkenheid bij oplichting tot afgifte van geldbedragen, gepleegd in de periode van 1 mei 2008 tot en met 1 augustus 2008 in diverse plaatsen in Nederland, en in de vorderingen tot wijziging van de tenlastelegging als het in dezelfde periode witwassen van geld in Eindhoven dan wel Nederland. De tenlastelegging is toegesneden op art. 326 Sr en de vorderingen tot wijziging van de tenlastelegging op art. 420bis/420quater Sr.

Zowel het verschil in de juridische aard van de aan de verdachte verweten feiten als het verschil tussen de omschreven gedragingen loopt niet zodanig uiteen dat geen sprake kan zijn van "hetzelfde feit" in de zin van art. 68 Sr. De strafbaarstellingen van oplichting en (schuld)witwassen strekken immers mede ter bescherming van de integriteit van het financieel en economisch verkeer, terwijl de strafmaxima die op oplichting en (schuld)witwassen zijn gesteld, slechts in geringe mate uiteenlopen. Het Hof heeft, kennelijk oordelend dat de desbetreffende gedragingen dezelfde geldbedragen betroffen en als één feitencomplex kunnen worden aangemerkt, daarom zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting nagelaten de (tussen)beslissingen te vernietigen van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch tot toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, en beraadslaagd en beslist op grondslag van de aldus gewijzigde tenlastelegging.

2.5. Het middel faalt.

3. Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beoordeling van het derde middel

4.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

4.2. Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;

vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 95 uren, subsidiair 47 dagen hechtenis, bedraagt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu, H.A.G. Splinter-van Kan, Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 april 2013.

De mrs. De Hullu, Splinter-van Kan, Buruma en Van den Brink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.