Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:BZ7201

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-05-2013
Datum publicatie
24-05-2013
Zaaknummer
13/01231
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ7201
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beƫindiging zonder schone lei; art. 350 lid 3, onder c, Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/720
JWB 2013/278
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 mei 2013

Eerste Kamer

13/01231

EE/TJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Verzoeker 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Verzoekster 2],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak met insolventienummers 11.291-R + 11.292-R van de rechtbank Amsterdam van 8 april 2011 en 16 januari 2013;

b. het arrest in de zaak 200.120.510/01 van het gerechtshof Amsterdam van 5 maart 2013.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot niet-ontvankelijkheid op de voet van art. 80a RO.

De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 10 april 2013 op dit standpunt gereageerd.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2.2 en 2.3).

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 24 mei 2013.