Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:BZ7146

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16-04-2013
Datum publicatie
17-04-2013
Zaaknummer
11/02172
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ7146
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Schriftelijke volmacht van advocaat aan griffiemedewerker om cassatieberoep in te stellen. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BJ7810. De volmacht voldoet i.c. niet aan de daaraan te stellen eisen, nu deze niet inhoudt de verklaring van de advocaat dat hij bepaaldelijk door de verdachte is gemachtigd beroep in cassatie in te stellen. Onder verwijzing naar HR LJN BZ3924 oordeelt de HR dat nu een cassatieschriftuur door gemachtigde advocaten is ingediend, het verzuim niet behoeft te leiden tot n-o verklaring in het cassatieberoep. De A-G wordt alsnog in de gelegenheid gesteld zich over de voorgestelde middelen uit te laten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/611

Uitspraak

16 april 2013

Strafkamer

nr. S 11/02172

Hoge Raad der Nederlanden

Tussenarrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 maart 2011, nummer 20/001445-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. C. Reijntjes-Wendenburg en mr. D.M. Penn, beiden advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1. Tot de aan de Hoge Raad gezonden stukken van het geding behoort een door de Griffier van het Gerechtshof

's-Hertogenbosch en de comparant ondertekende "Akte cassatie", inhoudende:

"Parketnummer: 20-001445-10

(...)

Heden, 28 april 2011, verscheen ter griffie van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

[betrokkene 1],

administratief ambtenaar bij dit gerechtshof,

blijkens de aan deze akte gehechte bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde van:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] [geboortedatum] 1968,

wonende te [woonplaats],

die verklaarde beroep in cassatie in te stellen tegen het arrest van 28 maart 2011, alsmede tegen alle ter terechtzitting genomen beslissingen, door dit hof gewezen in de zaak met parketnummer 20-001445-10 tegen [verdachte] voornoemd."

2.2. Aan deze akte cassatie is gehecht een faxbericht, gericht aan het "Gerechtshof Den Bosch Strafgriffie", inhoudende:

"Maastricht, 27 april 2011

Betreft: [verdachte]/OM

Uw ref: 20-001445-10

(...)

In bovengenoemde zaak stel ik mij als raadsman van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats]. Het verstekvonnis d.d. 28 maart 2011 is op 22 april 2011 aan hem bekendgemaakt.

Namens cliƫnt machtig ik hierbij de griffier van uw Hof om cassatie in te stellen tegen voornoemd arrest van uw Hof met rolnummer: 20-001445-10. Gelet op de in acht te nemen termijn, verzoek ik u hiervoor per ommegaande zorg te willen (doen) dragen.

Voorts verzoek ik u mij een kopie van de akte rechtsmiddel te doen toekomen.

U bij voorbaat dankend voor uw medewerking in deze en in afwachting van uw nadere berichten, verblijft,

Hoogachtend,

D.M. Penn."

2.3. Een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om beroep in cassatie in te stellen moet inhouden de verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van dat beroep (vgl. HR 22 december 2009, LJN BJ7810, NJ 2010/102). In aanmerking genomen dat het faxbericht van mr. D.M. Penn niet inhoudt dat hij bepaaldelijk door de verdachte is gemachtigd beroep in cassatie in te stellen, is aan deze voorwaarde niet voldaan.

2.4. In zijn arrest van 19 maart 2013, LJN BZ3924, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat uit de omstandigheid dat, zoals in het onderhavige geval is gebeurd, namens de verdachte een cassatieschriftuur is ingediend door advocaten die hebben verklaard daartoe door de verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd, moet worden afgeleid dat aan een onvolkomen volmacht bij het instellen van cassatieberoep de wens van de verdachte ten grondslag heeft gelegen om (op rechtsgeldige wijze) beroep in cassatie te doen instellen, zodat die onvolkomen volmacht niet behoeft te leiden tot

niet-ontvankelijkverklaring in het cassatieberoep.

3. Slotsom

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep en heeft zich niet uitgelaten over de voorgestelde middelen.

De Hoge Raad is van oordeel dat de Advocaat-Generaal daartoe alsnog in de gelegenheid behoort te worden gesteld. Met het oog daarop dient de zaak naar de rolzitting te worden verwezen.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 23 april 2013;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 16 april 2013.