Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:BZ6513

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
09-04-2013
Datum publicatie
09-04-2013
Zaaknummer
11/02162
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ6513
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 322.3 Sv. Het Hof heeft, nadat de zaak al inhoudelijk was behandeld op een eerdere tz., het o.ttz. hervat zonder instemming van de AG en de aanwezige verdachte. Dit heeft nietigheid van het onderzoek ttz. en de mede naar aanleiding daarvan gewezen einduitspraak tot gevolg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/577
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

9 april 2013

Strafkamer

nr. S 11/02162

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 april 2011, nummer 22/004586-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel behelst de klacht dat het in art. 322, derde lid, Sv gegeven voorschrift niet is nageleefd.

2.2. De op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken houden, voor zover hier van belang, het volgende in.

(i) De behandeling in hoger beroep is aangevangen ter terechtzitting van 18 februari 2011. Op deze terechtzitting was het Hof samengesteld uit mrs. Van Strien, Stoker-Klein en Bonn. De zaak is aldaar inhoudelijk behandeld. Vervolgens is het onderzoek geschorst tot de terechtzitting van 29 maart 2011.

(ii) Op deze terechtzitting was het Hof samengesteld uit mrs. Van Strien, Langeler en Bonn.

2.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 29 maart 2011 houdt in dat het onderzoek is hervat in de stand waarin zich dat bevond ten tijde van de schorsing daarvan op 18 februari 2011 doch houdt niet in dat de Advocaat-Generaal bij het Hof en de aldaar aanwezige verdachte daarmee hebben ingestemd. Het moet er daarom in cassatie voor worden gehouden dat die instemming niet is gegeven. Bij die stand van zaken had het Hof het onderzoek ter terechtzitting opnieuw moeten aanvangen. Blijkens het voormelde proces-verbaal heeft het Hof dat evenwel niet gedaan. Gelet op art. 322, derde lid, Sv - dat ingevolge art. 415, eerste lid, Sv in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is - leidt dit verzuim tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 maart 2011 en de mede naar aanleiding daarvan gewezen einduitspraak.

2.4. Het middel is terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 9 april 2013.