Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:BZ5723

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-06-2013
Datum publicatie
14-06-2013
Zaaknummer
12/03010
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ5723
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Curaçaose zaak. Onrechtmatige daad. Fout van het kadaster door vermelding van onjuiste gegevens in de openbare registers? Passeren van wezenlijke verweren in beoordeling hof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2013/1559
RvdW 2013/809
JWB 2013/328
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 juni 2013

Eerste Kamer

12/03010

RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

STICHTING KADASTER EN OPENBARE REGISTERS CURAÇAO,

gevestigd op Curaçao,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk en mr. Y.A. Wehrmeijer,

t e g e n

N.V. DE SPAAR EN BELEENBANK VAN CURAÇAO,

gevestigd op Curaçao,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. D. Rijpma en mr. M.S. van der Keur.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als het Kadaster en SBC.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak AR 1065 van 2005 van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 26 februari 2007, 6 augustus 2007, 20 oktober 2008, 25 mei 2009;

b. de vonnissen in de zaak AR 1065 - H 318B/09 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 6 april 2010, 1 februari 2011, 7 juni 2011 en 20 maart 2012.

De vonnissen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de vonnissen van het hof van 1 februari 2011 en 20 maart 2012 heeft het Kadaster beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

SBC heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot vernietiging van de bestreden vonnissen.

De advocaat van het Kadaster heeft bij brief van 5 april 2013 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Bij notariële akte van 26 januari 1996 heeft [betrokkene 1] het halve aandeel gekregen in twee percelen grond, omschreven in de meetbrieven 291/1971 en 733/1971 (hierna respectievelijk perceel 291 en perceel 733).

(ii) Bij notariële akte van 28 mei 1996 hebben [betrokkene 1] en [betrokkene 2] een recht van eerste hypotheek op deze percelen verleend aan MCB tot een bedrag van Naf. 140.000.

(iii) Perceel 291 is bij notariële akte van 3 augustus 2001 in eigendom overgedragen aan derden. Op 8 januari 2002 is de hypotheek ten behoeve van MCB op dat perceel doorgehaald.

(iv) Perceel 733 is bij notariële akte van 14 februari 2003 in eigendom overgedragen aan derden. In verband met de financiering door die derden heeft SBC een recht van eerste hypotheek bedongen op het perceel. Bij notariële akte van 14 april 2003 is een recht van hypotheek ten behoeve van SBC op het perceel gevestigd.

(v) De notariële akten van 14 februari 2003 en 14 april 2003 zijn verleden ten overstaan van notaris [de notaris] (hierna: de notaris). Bij de afwikkeling van de overdracht is de nog op perceel 733 rustende hypotheek ten behoeve van MCB genegeerd. De vordering van MCB is daardoor niet uit de opbrengst van de verkoop voldaan, zodat die hypotheek op het perceel is blijven rusten. SBC heeft daardoor geen recht van eerste hypotheek gekregen, maar een recht van tweede hypotheek.

(vi) Op 15 januari 2003 had een medewerker van de notaris met het oog op de vestiging van de hypotheek van SBC op perceel 733 de eerste inzage gedaan bij het Kadaster. Daartoe heeft die medewerker een inzageformulier

ingevuld. Hij heeft daarvoor het E-register geraadpleegd. Hij heeft op het inzageformulier niet ingevuld dat er reeds een hypotheek van MCB rustte op het perceel. In het E-register was in de rubriek "Aanmerkingen" aangetekend dat de hypotheek was doorgehaald.

(vii) Het Kadaster heeft op 14 april 2003 de her-inzage en op 15 april 2003 de na-inzage gedaan. Daarbij heeft het Kadaster de notaris aan de hand van het door diens medewerker ingevulde inzageformulier op basis van het A-register meegedeeld dat tussen het moment van inzage door de notaris en de her- en na-inzage door het Kadaster, zich geen wijzigingen in de rechtstoestand van perceel 733 hebben voorgedaan.

(viii) Ten tijde van de inzagen stond de aantekening "doorgehaald" vermeld in het E-register in de rubriek "Aanmerkingen" en niet in de rubriek "Aantekeningen en Doorhaling"; de aantekening is door het Kadaster weggeradeerd in november 2003. De hypotheek van MCB stond ten tijde van de inzagen wel vermeld in het B-register.

3.2 Voor zover in cassatie van belang vordert SBC in dit geding een verklaring voor recht dat het Kadaster jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld, alsmede veroordeling van het Kadaster tot vergoeding van de door SBC geleden schade als gevolg van het verkrijgen van een tweede in plaats van een eerste hypotheek op perceel 733. Het gerecht in eerste aanleg heeft de vordering toegewezen.

3.3 Het hof heeft het vonnis van het gerecht bevestigd. Daartoe heeft het onder meer geoordeeld:

"(...) Vast staat dat het Kadaster een fout heeft gemaakt door in het E-register te vermelden dat de hypotheek van MCB was doorgehaald. Daarmee heeft het Kadaster onrechtmatig jegens SBC gehandeld. Ook kan de schade van SBC aan het Kadaster worden toegerekend als een gevolg van deze fout, mede in aanmerking genomen de maatschappelijke taak van het Kadaster om gegevens die voor de rechtstoestand van registergoederen van belang zijn te registeren in de openbare registers. Dat de notaris uit nader onderzoek had kunnen en moeten blijken dat reeds een hypotheek van MCB rustte op het perceel, maakt niet dat er geen causaal verband tussen de fout van het Kadaster en de schade van SBC bestaat."

3.4.1 De onderdelen 1 en 2 van het middel klagen dat het hof ten onrechte als vaststaand heeft aangenomen dat het Kadaster een fout heeft gemaakt en dat het hof bij zijn beoordeling in het geheel niet is ingegaan op een aantal verweren die het Kadaster heeft gevoerd. Samengevat komen die verweren erop neer dat de doorhaling van een hypotheek diende te worden vermeld in het B-register, alsmede in het E-register onder "Hypotheken en inbeslagnemingen/Aantekeningen en doorhaling" en niet, zoals in onderhavige zaak het geval was, op een andere pagina onder "Andere akten/Aanmerkingen", waarop de notaris stelt te zijn afgegaan. De notaris kon volgens het Kadaster uit de desbetreffende aantekening in het (E-)register niet de conclusie trekken dat de hypotheek van MCB op perceel 733 was doorgehaald omdat niet werd verwezen naar een perceel, maar naar repertoriumvakken waarin de gegevens van de percelen van [betrokkene 1] én [betrokkene 2] stonden vermeld. Volgens het Kadaster volgde uit het E-register alleen dat het recht van hypotheek wat betreft perceel 291 was doorgehaald en niet - zoals het hof heeft geoordeeld - dat dit recht ter zake van perceel 733 was doorgehaald.

3.4.2 De onderdelen treffen doel. Het hof heeft vanaf zijn eerste tussenvonnis (rov. 4.4) als vaststaand aangenomen dat in de rubriek "Aanmerkingen" van het E-register was aangetekend dat het recht van hypotheek op perceel 733 was doorgehaald en heeft in zijn eindvonnis hieruit afgeleid dat het Kadaster een hem toerekenbare fout heeft gemaakt. Het hof heeft echter de hierboven in 3.4.1 weergegeven - wezenlijke - verweren van het Kadaster niet kenbaar in zijn beoordeling betrokken en aldus zijn beslissing onvoldoende gemotiveerd.

3.5 De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 20 maart 2012;

verwijst het geding naar dat hof ter verdere behandeling en beslissing;

veroordeelt SBC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het kadaster begroot op € 809,18 aan verschotten en op € 2.600,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 14 juni 2013.