Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:BZ5664

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-07-2013
Datum publicatie
12-07-2013
Zaaknummer
12/00823
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ5664, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2011:5172, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

(Appel)procesrecht. Geen verval partijperemptoirstelling of aanzegging akte niet-dienen voor memorie van grieven door vordering tot voeging wegens verknochtheid van zaken.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 20
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 209
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 222
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2013/1782
NJ 2013/399
RvdW 2013/936
JWB 2013/371
JIN 2013/140 met annotatie van N. de Boer
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 juli 2013

Eerste Kamer

nr. 12/00823

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. SALDAL B.V., voorheen genaamd Wiener International Schortenindustrie B.V.,
gevestigd te Maastricht,

2. WIENER GROEP B.V.,
gevestigd te Maastricht,

EISERESSEN tot cassatie,

advocaat: mr. K. Aantjes,

t e g e n

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Saldal c.s. en [verweerder].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

  1. de vonnissen in de zaak 157119/HA ZA 06-316 van de rechtbank Breda van 26 juli 2006, 1 november 2006 en 28 april 2010;

  2. de rolbeslissing in de zaak HD 200.071.577 van de rolraadsheer van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 16 augustus 2011;

  3. het arrest in de zaak HD 200.071.577 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 8 november 2011.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de rolbeslissing en het arrest van het hof hebben Saldal c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerder] is verstek verleend.

De zaak is voor Saldal c.s. toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van Saldal c.s. heeft bij brief van12 april 2013 op deze ter rolle van 22 maart 2013 genomen conclusie gereageerd. Nu deze reactie meer dan twee weken nadat de conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv., bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd.

3 Beoordeling van het middel

3.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Saldal c.s. vorderen in deze procedure onder meer schadevergoeding van [verweerder] wegens wanprestatie.
De rechtbank heeft hen in het ongelijk gesteld. Zij zijn in hoger beroep gegaan. De zaak is bij het hof aangebracht op de rol van 26 oktober 2010.
De rolraadsheer heeft aan hen driemaal uitstel voor indiening van de memorie van grieven verleend. Daarop is de zaak verwezen naar de rol van 21 februari 2012 voor memorie van grieven.

(ii) De zaak is op verzoek van [verweerder] bij vervroeging op de rol van 2 augustus 2011 geplaatst, waarbij [verweerder] aan Saldal c.s. partijperemptoir en akte van niet-dienen heeft aangezegd tegen de rol van 16 augustus 2011.

(iii) Saldal c.s. hebben op 16 augustus 2011 niet van grieven gediend, maar een incidentele memorie genomen tot voeging van de zaak met de toen eveneens bij het hof aanhangige zaak (met zaaknummer HD 200.060.113) tussen enerzijds Saldal B.V. (destijds nog genaamd Wiener International Schortenindustrie B.V.), Wiener International S.I. B.V. en Far Trading B.V., en anderzijds [verweerder].

3.2.1

De rolraadsheer heeft bij rolbeslissing van 16 augustus 2011 vastgesteld dat het recht van Saldal c.s. is vervallen om de memorie van grieven te nemen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. Hiervan is akte van niet-dienen verleend. Daarop heeft [verweerder] een antwoordconclusie in het incident genomen en het hof gevraagd uitspraak te doen in de hoofdzaak en in het incident.

3.2.2

Het hof heeft Saldal c.s. niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep op de grond dat zij geen grieven hebben aangevoerd (rov. 3.1.1). Het hof heeft de incidentele vordering tot voeging afgewezen wegens gebrek aan belang. Hiertoe heeft het hof overwogen dat de zaak met zaaknummer HD 200.060.113 op de rol van 11 oktober 2011 ambtshalve was doorgehaald, omdat ook in die zaak niet tijdig van grieven was gediend en daarvoor geen uitstel kon worden verkregen. (rov. 3.3.3) Ten overvloede heeft het hof overwogen dat, ook indien de zaak met zaaknummer HD 200.060.113 niet was doorgehaald, Saldal c.s. evenmin belang zouden hebben bij de incidentele vordering tot voeging, aangezien zij in de onderhavige zaak niet-ontvankelijk zijn in het hoger beroep (rov. 3.3.4).

3.3

Onderdeel 1 komt op tegen de rolbeslissing dat het recht van Saldal c.s. is vervallen om van grieven te dienen.

3.4

De verplichting van partijen tegenover elkaar om onredelijke vertraging van de procedure te voorkomen (art. 20 lid 2 Rv) en de goede procesorde brengen mee dat op de roldatum waartegen partijperemptoirstelling en aanzegging van akte van niet-dienen voor memorie van grieven heeft plaatsgevonden, van grieven behoort te worden gediend. Dat is niet anders indien op die roldatum voeging wegens verknochtheid van zaken wordt gevorderd, ook al wordt op een dergelijke vordering vaak beslist voordat in de hoofdzaak wordt beslist. De hoofdzaak wordt door die vordering niet geschorst, zodat een partijperemptoirstelling of een aanzegging van akte van niet-dienen daardoor niet vervalt. Saldal c.s. voeren niet aan dat zij op 16 augustus 2011 een nader uitstel hadden verkregen om van grieven te dienen.
De rolraadsheer heeft dan ook met juistheid beslist dat het recht van Saldal c.s. was vervallen om de memorie van grieven te nemen. Het onderdeel is daarom ongegrond.

3.5

Het voorgaande brengt mee dat Saldal c.s. geen belang hebben bij de klacht van onderdeel 2 tegen het oordeel van het hof dat zij geen belang hebben bij de vordering tot voeging.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Saldal c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, M.A. Loth, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.