Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:BZ2971

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-04-2013
Datum publicatie
05-04-2013
Zaaknummer
11/03982
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ2971
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5620, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Beslagrecht. Verklaringsprocedure op de voet van art. 477a Rv. Devolutieve werking hoger beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/530
JWB 2013/192

Uitspraak

5 april 2013

Eerste Kamer

11/03982

EV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. E.C. Kerkhoven,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats]

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.K. van der Brugge.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 300519 HA ZA 07-3848 van de rechtbank 's-Gravenhage van 9 april 2008, 17 september 2008 en 21 januari 2009;

b. de arresten in de zaak 200.029.707/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 31 augustus 2010 en 15 maart 2011.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [verweerster] mede door mr. M. Drolsbach, advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 1 februari 2013 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.428,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 5 april 2013.