Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:BZ2120

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-04-2013
Datum publicatie
05-04-2013
Zaaknummer
12/05505
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ2120
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ3794, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging schuldsanering wegens niet-nakoming uit schuldsanering voortvloeiende verplichtingen en ontstaan nieuwe schulden, art. 350 lid 3 aanhef en onder c en d Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/532
JWB 2013/191

Uitspraak

5 april 2013

Eerste Kamer

12/05505

EV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. W. Römelingh.

Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer 10/721-R van de rechtbank Amsterdam van 5 september 2012;

b. het arrest in de zaak 200.113.067/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 november 2012.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op grond van art. 80a RO.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3).

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 5 april 2013.