Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:BZ1466

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-05-2013
Datum publicatie
17-05-2013
Zaaknummer
12/02759
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ1466
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2012:BW5183, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verzoek wijziging kinderalimentatie, art. 1:401 BW. Afwijzing op grond van bepaling in echtscheidingsconvenant; geen draagkrachtberekening overgelegd.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 392
Burgerlijk Wetboek Boek 1 401
Burgerlijk Wetboek Boek 1 404
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2013/1398
RvdW 2013/698
RFR 2013/93
JWB 2013/265
JPF 2013/85
PFR-Updates.nl 2013-0099
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 mei 2013

Eerste Kamer

12/02759

TT/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt en mr. S. Kousedghi,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. C.G.A. van Stratum.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikkingen in de zaak 116784 FA RK 10-1974 van de rechtbank Zutphen van 19 november 2010 en 17 mei 2011;

b. de beschikking in de zaak 200.092.323 van het gerechtshof te Arnhem van 1 maart 2012.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot vernietiging en verwijzing.

De advocaat van de man heeft bij brief van 22 februari 2013 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

3.1 Partijen zijn in 2009 gescheiden. In hun echtscheidingsconvenant is bepaald welk bedrag aan alimentatie de man aan de vrouw is verschuldigd voor de beide minderjarige kinderen van partijen "ook ingeval hij of de vrouw gaat samenleven met een ander als waren zij gehuwd/als hadden zij hun partnerschap laten registreren". De man verzoekt in deze procedure wijziging van deze alimentatie, onder meer op de grond dat hij inmiddels met een andere vrouw is getrouwd en een gezin vormt met haar en haar twee kinderen uit een eerder huwelijk, en dat daardoor zijn draagkracht is verminderd.

3.2 Het hof heeft het verzoek niet toewijsbaar geoordeeld, wat betreft de hiervoor in 3.1 genoemde grond omdat het de hiervoor aangehaalde bepaling van het convenant, overeenkomstig het verweer van de vrouw, aldus heeft uitgelegd dat deze mede ziet op het geval dat de man een nieuw gezin begint (rov. 4.10 van zijn beschikking). Het heeft de man gebonden geacht aan de bepaling. Op die grond heeft het de overige grieven van partijen niet behandeld bij gebrek aan belang (rov. 4.13)

3.3 Middel II klaagt dat het hof niet op laatstgenoemde grond aan grief V van de man heeft kunnen voorbijgaan. De man heeft bij die grief aangevoerd dat de rechtbank, indien onverkort wordt vastgehouden aan de bepaling van het convenant, ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het gegeven dat hij in inkomen zal terugvallen tot een bedrag dat lager ligt dan 90% van de toepasselijke bijstandsnorm.

Deze klacht faalt reeds omdat de man weliswaar een grief met deze inhoud heeft aangevoerd, maar deze slechts heeft onderbouwd door overlegging van een draagkrachtberekening waaruit, anders dan hij stelt, de juistheid van deze stelling niet volgt, terwijl voor die stelling evenmin steun valt te vinden in hetgeen het hof in rov. 3.6 en 3.7 heeft vastgesteld omtrent de draagkracht van de man.

Overigens heeft de man naar de kennelijke en niet onbegrijpelijke vaststelling van het hof niet aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat sprake is van een wijziging van omstandigheden als bedoeld in art. 1:401 BW omdat hij ten gevolge van zijn nieuwe huwelijk onvoldoende draagkracht heeft om te voldoen aan alle op hem rustende alimentatieverplichtingen.

3.4 De overige klachten van de middelen kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 17 mei 2013.