Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:BY9131

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-01-2013
Datum publicatie
22-01-2013
Zaaknummer
11/02076
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. 1. Vanaf 1 oktober 2012 kan ex art. 460.2 Sv een herzieningsaanvraag nog slechts door een raadsman worden ingediend. Na die datum binnengekomen correspondentie van de aanvrager is daarom teruggezonden. 2. Aanvragen deels n-o en voor het overige afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2013/352
RvdW 2013/206
NJ 2013/73
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 januari 2013

Strafkamer

nr. S 11/02076

HEC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op aanvragen tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 6 januari 1995 (nr. 22/001776-94), een arrest van de Hoge Raad van 13 januari 2009 (nr. 08/03840 H), een beslissing van het Gerechtshof te Arnhem (penitentiaire kamer) van 12 december 1983, een vonnis van de Rechtbank 's-Gravenhage van 5 december 1991 (nr. 09/009637-91), een vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 18 januari 1979 (nr. 13/014458-8), een vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 2 juni 1979 (nr. 013085) en een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 januari 1980 (nr. 22/1555-9), ingediend door:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1937.

1. De aanvragen tot herziening

De aanvragen tot herziening zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. De Hoge Raad heeft voorts kennisgenomen van alle nadien, tot aan de datum van dit arrest binnengekomen en niet aan de aanvrager teruggezonden correspondentie met betrekking tot deze aanvragen. De na 1 oktober 2012 binnengekomen correspondentie is teruggezonden omdat ingevolge art. 460, tweede lid eerste volzin, Sv vanaf die datum een herzieningsaanvraag nog slechts door een raadsman kan worden ingediend.

2. Beoordeling van de aanvragen

2.1. Als grondslag voor een herziening van een uitspraak als bedoeld in het eerste lid van art. 465 Sv, kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

2.2. Voor zover de aanvragen betrekking hebben op uitspraken niet houdende een onherroepelijke veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv kunnen deze - gelet op art. 465, eerste lid, Sv - niet worden ontvangen.

2.3. Het in de aanvragen voor het overige gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op een gegeven als hiervoor onder 2.1 vermeld. De aanvragen dienen daarom - gelet op de art. 460, tweede lid, en 465, eerste lid, Sv - in zoverre te worden afgewezen.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvragen niet-ontvankelijk voor zover zij betrekking hebben op uitspraken niet houdende een onherroepelijke veroordeling en wijst deze voor het overige af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 januari 2013.

Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.