Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:BY4196

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-02-2013
Datum publicatie
08-02-2013
Zaaknummer
11/04410
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BY4196
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2011:BR3020, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verzoek om inzage van verwerkte persoonsgegevens op de voet van art. 35 Wet Bescherming Persoonsgegevens.

Wetsverwijzingen
Wet bescherming persoonsgegevens
Wet bescherming persoonsgegevens 35
Wet bescherming persoonsgegevens 43
Wet bescherming persoonsgegevens 46
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/275
TRA 2013/49 met annotatie van Mr. dr. M.S.A. Vegter
JWB 2013/64
JBP 2014/12
JIN 2013/43 met annotatie van G. Leijten
JAR 2013/72
AR-Updates.nl 2013-0099
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 februari 2013

Eerste Kamer

11/04410

EE/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,

t e g e n

1. THE ROYAL BANK OF SCOTLAND N.V. (voorheen ABN AMRO Bank N.V.),

gevestigd te Amsterdam,

2. ABN AMRO BANK N.V. ,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTERS in cassatie, verzoeksters in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,

advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en mr. L.B. de Graaf .

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en RBS c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikkingen in de zaak 422981/HA RK 09-213 van de rechtbank Amsterdam van 28 mei 2009 en 22 juli 2010;

b. de beschikking in de zaak 200.075.982/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 5 juli 2011.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. RBS c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

RBS c.s. heeft verzocht het principale beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het principale beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van RBS c.s. begroot op € 339,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 8 februari 2013.