Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:991

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-10-2013
Datum publicatie
21-10-2013
Zaaknummer
13/00891
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: art. 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2013/2445
V-N 2013/55.1.8
FutD 2013-2559
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 oktober 2013

nr. 13/00891

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 11 januari 2013, nrs. BK-11/00053 en BK-11/00054, betreffende naheffingsaanslagen in de omzetbelasting.

1 Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende zijn over de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 maart 2008 en over de periode van 1 oktober 2007 tot en met 31 december 2007 twee naheffingsaanslagen in de omzetbelasting opgelegd, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de Inspecteur zijn gehandhaafd.

De Rechtbank te 's-Gravenhage (nrs. AWB 09/7192 OB en AWB 09/7207 OB) heeft de tegen die uitspraken ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, de uitspraken van de Inspecteur vernietigd, de naheffingsaanslagen vernietigd en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 2968,50.

2 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ‘s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2013.

De voorzitter is verhinderd het arrest te ondertekenen. In verband daarmee is het arrest ondertekend door mr. D.G. van Vliet.