Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:967

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-10-2013
Datum publicatie
16-10-2013
Zaaknummer
11/04299
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:973, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Rijden tijdens ontzegging. Slagende bewijsklacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/1255
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 oktober 2013

Strafkamer

nr. 11/04299

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 6 september 2011, nummer 21/004594-09, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De waarnemend Advocaat-Generaal N. Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft het onder 1 bewezenverklaarde en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2. Bewezenverklaring en gebezigde bewijsmiddelen

2.1.

Ten laste van de verdachte is - voor zover in cassatie van belang - onder 1 bewezenverklaard dat hij:

"op 17 juni 2008 te Beekbergen, in de gemeente Apeldoorn, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak of strafbeschikking de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de Loenenseweg, een motorrijtuig, (tweewielige bromfiets), heeft bestuurd."

2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (als bijlage op pagina 5-9 van het proces-verbaal genummerd PL0611/08-206064) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van verbalisanten:

Op 17 juni 2008 omstreeks 18.07 uur reden wij, verbalisanten, over de voor het openbaar rij- en ander verkeer openstaande weg, de Loenenseweg te Beekbergen, gemeente Apeldoorn. Deze weg is gelegen buiten de bebouwde kom met een terplaatse geldende maximumsnelheid van 80 kilometer per uur. Wij, verbalisanten, zagen dat over de rijbaan van de Loenenseweg, komende vanuit de richting Beekbergen, een bromfietser reed met een zichtbaar te hoge snelheid. Voor de bromfietser gold aldaar een snelheid van 45 kilometer per uur. Zichtbaar was dat de bromfietser geen gebruik maakte van het aanwezige bromfietspad, welke naast beide zijden van de hoofdrijbaan gelegen was en behoorde tot de Loenenseweg. Door middel van bord G12 a werden bromfietsbestuurders gewezen op de verplichting om gebruik te maken van het aanwezige bromfietspad. Uit een door ons uitgevoerde trajectmeting werd een gemiddelde snelheid berekend van - gecorrigeerd - 89 kilometer per uur. Dit is een netto overschrijding van 44 kilometer per uur. Het kenteken van de bromfiets betrof [AA-00-BB].

De bromfietsbestuurder reed met een gecorrigeerde snelheid van 86 kilometer per uur door, waarbij een personenauto werd ingehaald. Zichtbaar was dat de bromfietsbestuurder tijdens zijn inhaalmanoeuvre de voorsorteerstrook voor tegemoetkomend verkeer bereed. Daarnaast was deze inhaalmanoeuvre voor de aanwezige automobilisten onverwacht en kon dit gevaar opleveren, dan wel hinder veroorzaken. Ik, verbalisant [verbalisant 1], haalde de bromfietsbestuurder in en gaf een stopteken. Ik verklaar dat de politietransparant volledig naar behoren werkte. Ik opende het portier teneinde uit te stappen waarbij ik zag dat de bromfietsbestuurder zijn bromfiets keerde op de rijbaan en wegreed over de Loenenseweg. Wij zagen dat de bromfietsbestuurder zich aan zijn staandehouding trachtte te onttrekken. Wij zagen dat de bromfietsbestuurder zijn bromfiets naar het midden van de rijbaan stuurde, om te voorkomen dat wij hem konden passeren. Door mij, verbalisant [verbalisant 1], werden de geluidssignalen van het dienstvoertuig aangezet en wij zagen dat de bromfietsbestuurder geenszins wenste te stoppen en midden op de rijbaan bleef rijden en van links naar rechts voor ons dienstvoertuig bleef slingeren teneinde passeren te voorkomen.

Ik, verbalisant [verbalisant 2], had het raam van mijn portier geopend en keek de bromfietsbestuurder recht in zijn gezicht. Ik herkende de man ambtshalve als een veelpleger uit Apeldoorn.

Wij, verbalisanten, zagen de bromfietsbestuurder met een snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur diens weg vervolgen over de Reeënbergweg te Loenen. De bromfietsbestuurder diende zich aan de maximumsnelheid van 45 kilometer per uur te houden. De bestuurder slingerde op het midden van de rijbaan. Zichtbaar was dat de bromfietsbestuurder met een dermate hoge snelheid de bocht instuurde dat bij een eventuele tegenligger een botsing zeer aannemelijk was. De bromfietsbestuurder creëerde hierdoor een gevaarlijke situatie. Ik, verbalisant [verbalisant 2], zag dat de bromfietsbestuurder op de kruising van de Reeënbergweg en de Lage Bergweg linksaf sloeg en zijn snelheid niet voldoende terugbracht om eventueel naderend verkeer van rechts veilig te kunnen laten passeren. De bromfietsbestuurder kon ontkomen via een looppad en een spoorwegovergang.

Ik, verbalisant [verbalisant 2], herinnerde mij vervolgens de naam van de ontkomen verdachte, te weten [verdachte]. Ik raadpleegde vervolgens het vastgelegde kenteken waarbij als tenaamstelling werd vermeld:

[verdachte], geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats]. Door de centralist werd medegedeeld dat de bromfiets een Honda betrof, dat deze niet verzekerd was en dat de tenaamgestelde een volledige rijontzegging had tot augustus 2009. Uit onderzoek bleek dat bij raadpleging binnen het RDW geen verzekeringsgegevens van de bromfiets bekend waren. Uit onderzoek bleek de tenaamgestelde van de bromfiets de rijbevoegdheid volledig ontzegd te zijn tot 12 augustus 2009.

2. Geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 van het Wetboek van Strafvordering, te weten uitdraaien van een bevraging landelijke systemen met betrekking tot de rijbewijsgegevens van verdachte [verdachte] voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Rijbewijsgegevens

Afgiftedatum: 11 -03-2004 Apeldoorn

Ontvangst: 11-01 -2007 Parket Zutphen

Volledige ontzegging rijbewijs:

Begin Eind

08-05-2008 05-09-2008

06-09-2008 29-03-2008

30-09-2008 12-08-2009."

3 Beoordeling van het middel

3.1.

Het middel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen het onder 1 bewezenverklaarde niet kan worden afgeleid.

3.2.

De bewezenverklaring onder 1, voor zover inhoudende dat de verdachte ten tijde van het besturen van het motorrijtuig wist of redelijkerwijs moest weten dat hem de bevoegdheid daartoe was ontzegd, kan niet worden afgeleid uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen. De bewezenverklaring is dus in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

3.3.

Het middel klaagt daarover terecht.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2013.