Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:892

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-10-2013
Datum publicatie
08-10-2013
Zaaknummer
11/03588
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:896, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklacht medeplegen. Conclusie AG: anders (verbeterd lezen).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/1207
SR-Updates.nl 2013-0390
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 oktober 2013

Strafkamer

nr. 11/03588

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 19 juli 2011, nummer 21/002143-09, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vermindering van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt onder meer dat het Hof de bewezenverklaring ten aanzien van het medeplegen van feit 2 ontoereikend heeft gemotiveerd.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 1 september 2007 tot en met 1 januari 2008 in de gemeente Hengelo (O) of Enschede, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels, nader te noemen rechthebbende heeft bewogen tot de afgifte van goederen, en wel:

* in de periode van 3 oktober 2007 tot en met 27 oktober 2007, een partij natuursteen met toebehoren (waarde euro 5209.10), toebehorende aan [betrokkene 1] en/of [A] (aangifte pag 247 e.v. * incident 6), hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich bij voornoemde firma voorgedaan als directeur/eigenaar/medewerker van [B] B.V. en/of [C] en/of [D] (gevestigd aan de Nieuwstraat te Hengelo (O)), en

- per fax/email/telefoon en/althans bij voornoemde firma voornoemde goederen gekocht/besteld, en

- tegenover (een) medewerker(s) van die firma aangegeven dat die goederen bestemd waren voor de verbouw/nieuwbouw van dat winkelpand aan de Nieuwstraat te Hengelo (O), en

- zich voorgedaan als serieuze en kredietwaardige koper(s) en aldus/althans zich heeft/hebben voorgedaan als koper(s) te goeder trouw en als een betrouwbare (contract)partner(s) waardoor bovengenoemde firma werd bewogen tot bovenomschreven afgifte."

2.2.2.

De bewezenverklaring van onder meer dit feit steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"Ten aanzien van het onder 1 primair, 2 primair en 7 primair bewezenverklaarde:

1. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van verhoor - als bijlage gevoegd bij dossiernummer 09-000205 (ordner 2 DERBY - blz. 195 e.v.) - gesloten op 15 december 2008, mutatienummer: PL05KI/07-143801, door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden hoofdagent van politie, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van verdachte:

Ik ben, geloof ik, begin 2006 een kledingzaak begonnen aan de [a-straat 1] te Hengelo (O). Ik heb personeel aangenomen en dat was [betrokkene 2], een bekende van mij. De kledingzaak heette [C]. Ik huurde het pand van ene [betrokkene 3] en [betrokkene 4], die een winkelpand aan de overkant van de Nieuwstraat hadden gehuurd. Zij hadden eerst het pand waar ik [C] in had gehuurd. Ik heb dat van de jongens ondergehuurd.

Ik heb de winkel verbouwd. In de winkel werd trendy kleding verkocht. [betrokkene 2] deed de verkoop, ik de inkoop en [betrokkene 5] de administratie.

[betrokkene 2] liep de kantjes eraf en ik begon hem spuugzat te worden. Omdat ik [E] runde, beheerder was van het coffeehuis en dan voor [C] nog het een en ander moest regelen, eiste dat zijn tol. Op een gegeven moment heb ik de winkel aan [betrokkene 6] overgedragen. [betrokkene 6] is een bekende van mij en ik heb hem volledig de zeggenschap gegeven over [C].

Op een gegeven moment werd ik voorgesteld aan [betrokkene 7]. [betrokkene 7] wilde investeren in de winkel en ik heb hem in contact gebracht met [betrokkene 6]. Ik heb bemiddeld zodat ik de zaak zonder problemen kon overdragen aan [betrokkene 6].

2. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van verhoor - als bijlage gevoegd bij dossiernummer 09-000205 (ordner 2 DERBY - blz. 199 e.v.) - gesloten op 15 december 2008, mutatienummer: PL05KI/07-144760, door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden hoofdagent van politie, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van verdachte:

Vraag: Ken jij het bedrijf "[B] B.V." met als handelsnaam "[D]/[C]", [a-straat 1] te Hengelo (O)?

Antwoord: Ja, ik heb dit bedrijf bij [betrokkene 8] gekocht. Ik wilde een B.V. kopen omdat het gewoon beter is dan een éénmanszaak. Ik heb die B.V. alleen gekocht.

alsmede ten aanzien van het onder 2 primair bewezenverklaarde:

11. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van aangifte -als bijlage gevoegd bij dossiernummer 09-000205 (ordner 2 DERBY - blz. 247 e.v.) - gesloten op 21 november 2007, mutatienummer: PL051E/07-150503, door [verbalisant 3], brigadier van politie, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [betrokkene 1]:

Ik ben samen met mijn zoon [betrokkene 9] eigenaar van het bedrijf: "[A]", gevestigd te [vestigingsplaats].

Op 3 oktober 2007 kwam een man in de winkel. De man vertelde dat hij een winkel in Hengelo (O) zou beginnen. De naam van die zaak zou [D] worden met kleding uit Italië. De winkel zou over 14 dagen open gaan. De man vertelde dat hij de zaak samen met zijn broer had.

De man heeft een Hamar Stone leisteen vloer uitgezocht en zei dat hij 100 m² nodig had. Na onderhandelen kwamen we een prijs van € 4.000,- (exclusief BTW) overeen. De man toonde mij bij zijn eerste bezoek een visitekaartje, waarop zijn naam stond en hij gaf mij zijn mobiele telefoonnummer, te weten 06-[001]. Verder is afgesproken dat wij de vloer binnen 14 dagen zouden afleveren op het adres [a-straat 1] te Hengelo (O).

Na de bestelling hebben wij een orderbevestiging naar het adres [a-straat 1] te Hengelo (O) gestuurd. Hij heeft hem teruggestuurd. De orderbevestiging was getekend door iemand met een naam die lijkt op [betrokkene 6].

Elke keer was er contact met het opgegeven mobiele telefoonnummer. Wij kregen altijd dezelfde man aan de lijn die zich [betrokkene 6] noemde.

Op 17 oktober 2007 is door ons bedrijf de factuur verstuurd aan het bedrijf van die [betrokkene 6]. Op 27 oktober 2007 is de vloer door mijn zoon [betrokkene 9] bij het bedrijf afgeleverd. Dit is in overleg met [betrokkene 6] gedaan. [betrokkene 9] heeft op verzoek van één van de aanwezigen de vloer buiten afgeleverd. De bon is hierna door één van de aanwezigen ondertekend. De handtekening lijkt op "[betrokkene 6]".

Tot op heden hebben wij geen geld ontvangen. Er zou betaald moeten worden binnen 8 dagen. Wij hebben inmiddels heel veel gebeld, gisteren 20 november voor het laatst, maar wij kregen geen contact.

[betrokkene 9] moest gisteren in Hengelo (O) zijn en is gaan kijken aan de [a-straat 1].

Hij zag dat het pand leeg stond en dat er een boord "Te huur" op stond van een makelaar uit Oldenzaal. Hij heeft hierna contact gezocht met de makelaar en deze vertelde hem dat die [betrokkene 6] een huurachterstand had en dat er inmiddels meer mensen waren geweest die goederen hadden geleverd en niet betaald hadden gekregen.

[betrokkene 9] is naar het huisadres [b-straat 1] van die man geweest. Dit adres komt van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Op dit adres trof [betrokkene 9] een buitenlander aan die een kamer had gehuurd van [betrokkene 6]. Ook hebben wij navraag gedaan in de historie van [D]. Hierop staat ook een [verdachte].

[betrokkene 6] kwam bij ons betrouwbaar over. Hij deed voorkomen alsof hij een winkel aan het oprichten was en dit kwam geloofwaardig over.

De gezamenlijke waarde van de geleverde goederen is € 5.209,10.

12. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal van verhoor - als bijlage gevoegd bij dossiernummer 09-000205 (ordner 2 DERBY - blz. 285 e.v.) - gesloten op 19 mei 2008, mutatienummer: PL05KI/07-150503, door [verbalisant 1], hoofdagent van politie, en [verbalisant 4], brigadier van politie, inhoudende –zakelijk weergegeven- de verklaring van [betrokkene 9]: Bij ons bedrijf, [A], was op 3 oktober 2007 een leistenen vloer van 100 m² besteld. Deze vloer moest afgeleverd worden op het adres [a-straat 1] te Hengelo (O).Op 13 oktober 2007 heb ik in de loop van de middag de lijm op dit adres bezorgd. Ik zag dat er in het pand [a-straat 1] 2 à 3 mensen aan het werk waren. Ik ben naar binnengegaan en zag dat de ruimte ongeveer 60 m² was en vroeg mij af waarom er 100 m² besteld was voor deze ruimte. Ik vroeg de mensen die aan het werk waren wie voor ontvangst van de lijm wilde tekenen. Er werd gezegd dat er zo iemand kwam. Even later arriveerde er een witte VW-transporter. Twee mannen stapten uit en kwamen binnen. Eén had duidelijk de leiding en heeft getekend voor ontvangst van de lijm.

Op 27 oktober 2007 heb ik de bestelde vloer afgeleverd op het adres [a-straat 1] te Hengelo (O). Er was een man in het pand die later tekende met de naam "[betrokkene 6]". Dit was een andere man dan die op 13 oktober heeft getekend.

[betrokkene 6] wilde dat ik de vloer achter het pand zou neerzetten. Dit was een klein hofje. Tegeltechnisch was het niet logisch om daar de tegels neer te zetten want [betrokkene 6] had mij even daarvoor gezegd dat de tegelzetters er met een uur zouden zijn.

Omdat er na een paar weken nog steeds niet betaald was en omdat er niet meer opgenomen werd op het bij de bestelling opgegeven telefoonnummer, kreeg ik het gevoel dat er iets niet klopte. Ik ben toen naar het pand aan de [a-straat 1] te Hengelo (O) gegaan. Ik zag dat de winkel dicht was. Er hing een plakkaat met "Te Huur" en een telefoonnummer van een makelaar. Ik heb de makelaar gebeld. Hij vertelde mij dat het een oplichtingszaak was.

Ik ben stappen gaan ondernemen. Het incassobureau [F] wist te vertellen dat er meer tegelbedrijven op deze manier opgelicht waren en dat er een benadeelde was die bij [E] was gaan kijken.

Ik ben zelf niet gaan kijken bij [E], maar een vertegenwoordiger is voor mij naar [E] gegaan. De vertegenwoordiger heeft een foto met zijn mobiele telefoon gemaakt van een man die bij [E] werkte. De vertegenwoordiger heeft mij deze foto laten zien en ik herkende de man op de foto als zijnde man die zich [betrokkene 6] noemde.

Ik zag dat op een uitdraai van de Kamer van Koophandel bij de naam [D] (deze naam had [betrokkene 6] genoemd toen hij de vloer bestelde) de namen [betrokkene 6] en [verdachte] stonden. [verdachte] zou mede-eigenaar zijn. Dit was [verdachte], [adres].

Ik ben op 20 november 2007 naar dit adres gegaan. Een man deed de deur open. Ik herkende de man niet. Toen ik zei waarvoor ik kwam zag ik dat de man schrok. Toen ik over [betrokkene 6] begon zei hij dat hij jaren geleden zaken had gedaan met [betrokkene 6].

[verdachte] was toen eigenaar van [D]. [betrokkene 6] nam geld uit de kassa en sindsdien hebben [betrokkene 6] en [verdachte] een hekel aan elkaar.

Later toen ik thuis kwam viel alles op de rij. De man die op 13 oktober 2007 in Hengelo (O) voor de lijm had getekend en de man die ik op 20 november 2007 op de [c-straat 1] gesproken had is dezelfde persoon.

13. een op de bij de wet voorgeschreven wijze opgemaakt proces-verbaal fotoconfrontatie - als bijlage gevoegd bij dossiernummer 09-000205 (ordner 2 DERBY - blz. 290 e.v.) - gesloten op 2 juni 2008, door [verbalisant 5], agent van politie, houdende - zakelijk weergegeven- het relaas van verbalisant:

Op 13 mei kreeg ik van rechercheur [verbalisant 4], coördinator van het Derby-team, het verzoek om een aantal fotoconfrontaties te organiseren in zijn onderzoek. Het verzoek van [verbalisant 4] was om duidelijkheid te krijgen of:

A: [betrokkene 6] al dan niet bij de oplichting aanwezig was geweest, en

B: Wie van de personen die tijdens het onderzoek naar voren waren gekomen wel bij de oplichting betrokken waren.

[verbalisant 4] wilde [betrokkene 9] confronteren met een aantal fotoselecties die rond de mogelijke verdachten [betrokkene 6], [betrokkene 10], [betrokkene 11], [betrokkene 8] en [verdachte], waren samengesteld.

Ik selecteerde voor de confrontatie een 11-tal foto's van figuranten, die qua etnische afkomst, huidskleur, geslacht en haarkleur gelijkenissen vertoonden met de mogelijke verdachten. Hieronder bevonden zich ook foto's van personen die geen (relevante) justitiële antecendenten hadden. Alle foto's die gebruikt werden voor de confrontaties waren zogenaamde tweeluikfoto's die qua formaat, kleur, beeldvulling en lay-out nagenoeg identiek waren aan de foto's van de mogelijke verdachten.

Op 29 mei 2008 verscheen de getuige aan het bureau van politie te Almelo. De getuige kwam met zijn moeder die ook was opgeroepen voor de fotoconfrontatie. Voorkomen werd dat zij tijdens de confrontaties onderling contact hadden met elkaar.

Kort voor de confrontatie legde ik de getuige de procedure van de confrontatie uit en vroeg ik of hij de door bedoelde personen na het voorval en heden nog hadden gezien en of hij op enigerlei wijze informatie over het uiterlijk van hen hadden gekregen.

Getuige antwoordde daarop ontkennend. Vervolgens liet ik de getuige de brochure "Informatie voor de getuige" lezen.

Bij het tonen van 20 van de 25 fotoselecties bevonden zich geen andere personen dan de getuige en ondergetekende in de confrontatieruimte. Bij de overige 5 confrontaties was een collega uit het team in de ruimte aanwezig. Elke fotoselectie fotoselectie bestond uit 12 foto's.

Confrontatie getuige Rozema: geen herkenning A, B, C en D, herkenning E.

De getuige [betrokkene 9] herkende genoemde [verdachte] als de persoon die hij had ontmoet in het perceel [a-straat 1] te Hengelo. [betrokkene 9] bracht daar de bestelde lijm en door [verdachte] was deze lijm in ontvangst genomen.

Alle aan de getuige getoonde fotoselecties werden telkens in wisselende samenstellingen getoond. Daardoor was geen enkele fotoselectie gelijk aan de voorgaande."

2.2.3.

De bestreden uitspraak houdt voorts onder het opschrift "Overweging met betrekking tot het bewijs" het volgende in:

"In samenhang met de hiervoor besproken feiten (...) komt het hof eveneens tot een bewezenverklaring van feit 2 (...), de oplichting van [A]. Een vertegenwoordiger van dat bedrijf heeft zich, toen de tegels niet werden betaald, begeven naar het bedrijf van verdachte ([E]), en daar een foto gemaakt van een man die hij herkende als [betrokkene 6], de man die tekende voor de aflevering van de tegels. Onduidelijk is of dat verdachte is geweest, maar duidelijk is dat er een verbinding is tussen de persoon die de tegels in ontvangst nam en de tegelhandel van verdachte. Zo'n verbinding was er ook bij feit 1. Eerder opgemerkt was al dat verdachte feitelijke bemoeienis heeft gehad, eind september 2007 nog (...) met de kledingzaak die de tegels besteld had."

2.3.

Aangezien de bewezenverklaring, voor zover inhoudende dat de verdachte "tezamen en in vereniging met een ander of anderen" [betrokkene 1] en/of [A] heeft bewogen tot de afgifte van goederen, niet kan worden afgeleid uit de bewijsvoering, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het middel klaagt daarover terecht.

3 Slotsom

Het voorgaande brengt mee dat de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2013.