Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:834

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-10-2013
Datum publicatie
02-10-2013
Zaaknummer
13/00592 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:858, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Beklag, beslag. Kinderporno op computer. In aanmerking genomen hetgeen door de OvJ is aangevoerd, is het oordeel van de Rb dat gelet op de beschikbare informatie het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen computer verbeurd zal verklaren of aan het verkeer zal onttrekken, niet begrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/1191
SR-Updates.nl 2013-0374
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 oktober 2013

Strafkamer

nr. 13/00592 B

Hoge Raad der Nedxerlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de de Rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 november 2012, nummer RK 12/1612, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt over de beslissing van de Rechtbank tot gegrondverklaring van het klaagschrift.

2.2.

Nadat de klager had voldaan aan een vordering tot uitlevering van gegevensdragers, is de door hem overhandigde computer op 8 mei 2012 inbeslaggenomen. De Rechtbank heeft bij beschikking van 16 november 2012 het door de klager ingediende klaagschrift, strekkende tot teruggave van de computer aan hem, gegrond verklaard en de teruggave aan de klager gelast van de "computer (al dan niet met de er op aangetroffen gegevens)". De Rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen:

"Naar het oordeel van de rechtbank heeft het openbaar ministerie, gelet op het tijdsverloop sinds de inbeslagname van de computer en op het feit dat de behandeling in raadkamer op 19 oktober 2012 is geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen meer informatie te verstrekken omtrent hetgeen op de computer te vinden is, voldoende tijd en gelegenheid gehad om de computer te onderzoeken en acht de rechtbank aldus beslag op de computer in het belang van de waarheidsvinding op dit moment niet meer aan de orde.

De rechtbank constateert voorts dat op dit moment de informatie in het dossier over hetgeen op de computer is opgeslagen buitengewoon summier is. Op grond van deze beschikbare informatie acht de rechtbank hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, voornoemde inbeslaggenomen computer verbeurd zal verklaren of aan het verkeer zal onttrekken.

Aangezien van een ander belang van strafvordering niet is gebleken staat aan opheffing van het op voornoemde computer gelegde beslag niets in de weg, zodat de rechtbank de teruggave van de computer aan klager zal bevelen. De rechtbank overweegt hierbij dat het aan het openbaar ministerie is om te beslissen of de computer teruggegeven wordt zonder de eventueel als verdacht aan te merken gegevens of dat de computer wordt teruggegeven zoals hij is aangetroffen bij klager."

2.3.

Blijkens het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer van 19 oktober 2012 heeft de Officier van Justitie "desgevraagd uitgelegd waarom er zo weinig stukken voorhanden zijn" en het volgende aangevoerd:

"Er was nog geen strafzaak op naam van klager bekend. Binnen het parket is daarnaar onderzoek gedaan. (...) Er is inmiddels een proces-verbaal bevindingen binnen en er ligt een kennisgeving beslag.(...) Er loopt een onderzoek naar het bezit en verspreiden van kinderporno. Dat onderzoek is aanvankelijk op internationaal niveau gestart. Het IP-adres van verdachte is naar voren gekomen. Er heeft een doorzoeking plaatsgevonden en de computer is in beslag genomen. Het materiaal is nog niet volledig beschreven. Wel blijkt er kinderporno op de computer te staan. Het OM vindt dat in strijd met de wet en acht het klaagschrift ongegrond."

2.4.

Blijkens het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer van 16 november 2012 heeft de Officier van Justitie aldaar het volgende aangevoerd:

"Uit het aanvullende proces-verbaal blijkt dat Visje onderzoek heeft verricht naar hetgeen is aangetroffen op de computer van verdachte. In het proces-verbaal wordt aangegeven dat met een simpele handeling

28 kinderpornoafbeeldingen kunnen worden bekeken. Ik besef dat met betrekking tot de afbeeldingen zelf weinig wordt weergegeven in het proces-verbaal, maar daar is intensief onderzoek voor nodig. Ik maak uit het proces-verbaal op dat de daarin vermelde 'totaal childabuse' ziet op kinderporno. Ik kan niet aangeven wanneer er meer onderzoek naar de afbeeldingen verricht kan zijn. Ik ben van mening dat het klaagschrift ongegrond verklaard dient te worden. Het is niet voldoende indien alleen de kinderporno van de computer wordt verwijderd."

2.5.

In aanmerking genomen hetgeen door de Officier van Justitie is aangevoerd, is het oordeel van de Rechtbank dat gelet op de beschikbare informatie het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen computer verbeurd zal verklaren of aan het verkeer zal onttrekken, niet begrijpelijk. Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

wijst de zaak terug naar de Rechtbank 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2013.