Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:707

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-09-2013
Datum publicatie
17-09-2013
Zaaknummer
11/03019
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2011:1818, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:799, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vordering b.p. Het Hof heeft ten onrechte ambtshalve beslist dat het toegewezen bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente. De HR vernietigt de bestreden uitspraak op dat punt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/1112
SR-Updates.nl 2013-0353
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 september 2013

Strafkamer

nr. 11/03019

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 24 juni 2011, nummer 23/003266-09, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot het constateren door de Hoge Raad dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden, tot vernietiging van het bestreden arrest, doch slechts voor zover het Hof heeft bepaald dat het toegewezen bedrag van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde, het vijfde en het zesde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het vierde middel

3.1.

Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte heeft beslist dat het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente.

3.2.

Het Hof heeft de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van de schade aan een televisie, longdrinkglazen en een ruit, toegewezen tot een bedrag van € 500,- en de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard. Het Hof heeft voorts beslist dat het toegewezen bedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening. Nu de stukken van het geding niet inhouden dat de benadeelde partij vergoeding van de wettelijke rente heeft gevorderd, heeft het Hof ten onrechte beslist dat die rente vergoed moet worden. Het middel klaagt daarover terecht.

4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde werkstraf voor de duur van veertig uren, subsidiair twintig dagen hechtenis, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

5 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het Hof heeft beslist dat wettelijke rente vergoed moet worden over het toegewezen bedrag van de vordering van de benadeelde partij;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 17 september 2013.