Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:698

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-09-2013
Datum publicatie
13-09-2013
Zaaknummer
13/01083
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:621, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:4926, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Partneralimentatie. Wijziging van eis in appel; art. 362 jo. 283 Rv. Kostenberekening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/1077
JWB 2013/437
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 september 2013

Eerste Kamer

nr. 13/01083

RM/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. A.R. Bissessur,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak FA RK 11-7924/404786 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 3 april 2012;

b. de beschikking in de zaak 200.109.241/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 5 december 2012.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid op de voet van art. 80a RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4 en 5).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 13 september 2013.