Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:696

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-09-2013
Datum publicatie
13-09-2013
Zaaknummer
13/02828
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:122, Gevolgd
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging. Art. 350 lid 3 onder e Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/1074
JWB 2013/434
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 september 2013

Eerste Kamer

13/02828

LZ/AS

 

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

 

in de zaak van:

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. C.J. van Woerden.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak (15) R 201/2010 van de rechtbank Noord-Holland van 26 maart 2013;

b. de beschikking in de zaak 200.124.511/01 van het gerechtshof Amsterdam van 4 juni 2013.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op grond van artikel 80a RO.

De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 18 juli 2013 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2.1-2.5).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 13 september 2013.