Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:666

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-09-2013
Datum publicatie
10-09-2013
Zaaknummer
11/02645
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:731
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2011:1419, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 227b Sr. Slagende bewijsklacht opzet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/1097
SR-Updates.nl 2013-0346
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 september 2013

Strafkamer

nr. 11/02645

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 19 mei 2011, nummer 23/002428-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2 Bewezenverklaring en bewijsvoering

2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard:

"dat hij in de periode vanaf 25 november 2000 tot en met 10 oktober 2005 te Amsterdam in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift (artikel 25 Werkloosheidswet) opgelegde verplichting, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken aan het UWV Gak of Gak Nederland BV of het UWV, immers heeft hij, verdachte in die periode en op die plaats niet aan genoemde dienst kenbaar gemaakt dat hij werkzaamheden verrichtte of had verricht als zelfstandig ondernemer, zijnde dit gegevens waarvan hij wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van zijn recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering krachtens de Werkloosheidswet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, zulks terwijl dit feit kon strekken of had kunnen strekken tot bevoordeling van zichzelf."

2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. De verklaring, afgelegd door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik had in de periode vanaf 6 november 2000 tot en met 10 oktober 2005 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Ik woonde toen aan het [a-straat 1], [plaats]. Ik heb in die periode niet schriftelijk aan de afdeling van het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor (GAK) Nederland BV, of van de uitkeringsinstelling, het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV), die de uitkeringen controleert, gemeld dat ik werkte. Op de werkbriefjes, die ik in die periode telkens in Amsterdam invulde, heb ik gemeld dat ik geen werk heb verricht. Ik heb het Werkbriefje deel A ten behoeve van het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor (GAK) Nederland BV in Amsterdam zelf ingevuld, gedateerd en ondertekend en in Amsterdam ingediend.

2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte, met nummer 298985, van 9 maart 2007, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant], doorgenummerde pagina's 46-51.

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 9 maart 2007 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van verdachte:

Over welke periode hebt u een uitkering ingevolge de werkloosheidswet genoten?

Ik ontving een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet van 10 oktober 2000 tot en met 10 oktober 2005.

Ik heb hier een kopie van de aanvraag WW van 15 november 2000. Herkent u dit formulier?

Ja dit formulier herken ik. Het is mijn handschrift.

Ik heb hier de werkbriefjes van de Werkloosheidswet over de periode 9 oktober 2000 tot en met 30 oktober 2000. Herkent u deze formulieren?

De door u getoonde werkbriefjes herken ik. Ik heb deze ingevuld, ondertekend en gedateerd. Ik heb dit gedaan op het adres [a-straat 1] te [plaats]. Daar heb ik altijd gewoond. Ik weet waar deze formulieren voor dienen. Op die formulieren moet je invullen of je nog gesolliciteerd hebt. Als u zegt dat je onder andere ook moet invullen of je nog gewerkt hebt kan ik u zeggen dat ik dat ook weet.

Ik weet dat ik word geacht de waarheid op deze werkbriefjes te vermelden.

Bij vraag 32.1 op het aanvraagformulier Werkloosheidswet wordt u gevraagd of u nog andere werkzaamheden verricht. U hebt deze vraag met 'nee' beantwoord. Waarom heeft u dat gedaan?

Ik was bezig met een eigen bedrijfje, maar ik zag dat niet als werkzaamheden. Ik was bezig een bedrijfje op te richten. Ik heb totaal niet verdiend. Dit heeft alleen geld gekost. Dan noem ik dat geen werk.

Bij vraag 1.1. op het werkbriefje wordt u gevraagd of u nog werkzaamheden als zelfstandige hebt verricht. U heeft deze vraag met 'nee' beantwoord. Waarom heeft u dat gedaan?

Ik zag het als opstartactiviteiten.

Op de achterzijde van de werkbriefjes heeft u op geen van de briefjes welke ik u zojuist getoond heb ingevuld dat u werkzaamheden heeft verricht of uren heeft gewerkt. Waarom hebt u dat niet gedaan?

Ik zag het zeker niet als werk. Ik heb ook zeker niets verdiend.

Waar bestaan de werkzaamheden uit van het bedrijf '[A]' waar u de enige vennoot van bent?

In het begin in hoofdzaak veel met muzikanten meegaan, initiërende activiteiten, muzikanten te eten geven, begeleiden, uit de problemen halen en dergelijke. Het heeft mij handenvol geld gekost. Met begeleiden bedoel ik dat ik met ze mee ga naar optredens. Met eten geven bedoel ik dat ik ze ook echt te eten geef. Bijvoorbeeld boodschappen met ze gaan doen. Brieven schrijven voor ze.

Uit het door mij van de belastingdienst ontvangen overzicht blijkt dat u over de jaren 2000, 2002 en 2003 zelfstandigen aftrek heeft geclaimd. Dit houdt in dat u minimaal 23,5 uur per week werkzaamheden heeft verricht. Wat kunt u daarover zeggen?

Dat houdt alles in. Studies en cursussen die ik van jullie mocht volgen, mijn activiteiten van het bedrijfje, administratie voeren daarvoor. Ook de reis- en verblijfuren naar Polen. Daar ging ik met een groep muzikanten van hier naar toe. Ik ging daarheen om te kijken of er samenwerking mogelijk was. Boodschappen met ze doen, eten geven en dergelijke. Ik ben een aantal malen naar Polen geweest. Daarmee bedoel ik toch wel twee tot drie weken per keer. Ik heb daaraan niets verdiend.

3. Een geschrift, zijnde een Werkbriefje deel A van verdachte ten behoeve van het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor (GAK) Nederland BV, gedateerd en ondertekend op 25 november 2000, doorgenummerde pagina 20.

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Werkloosheidswet

[verdachte]

[a-straat 1],

[plaats]

Periode werkbriefje: 09-10-00 ─ 22-10-00

Inkomsten en sollicitaties

1.1- Hebt u in de genoemde periode gewerkt of loon ontvangen (Bijvoorbeeld tijdens vakantie of verlof bij ziekte)?

Het hof neemt waar dat de verdachte de mogelijkheid 'nee' heeft aangekruist.

Ondertekening

Ik verklaar dat het formulier en de eventuele bijlagen volledig en naar waarheid zijn ingevuld. Ik weet dat onjuiste of onvolledige gegevens verstrekken leidt tot een administratieve boete of tot strafvervolging.

4. Een geschrift, zijnde een Werkbriefje deel A van verdachte ten behoeve van het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor (GAK) Nederland BV, gedateerd en ondertekend op 3 december 2001, doorgenummerde pagina 24.

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Werkloosheidswet

[verdachte]

[a-straat 1],

[plaats]

Periode werkbriefje: 06-11-00 ─ 03-12-00

Inkomsten en sollicitaties

1.1- Hebt u in de genoemde periode gewerkt of loon ontvangen (Bijvoorbeeld tijdens vakantie of verlof bij ziekte)?

Het hof neemt waar dat de verdachte de mogelijkheid 'nee' heeft aangekruist.

Ondertekening

Ik verklaar dat het formulier en de eventuele bijlagen volledig en naar waarheid zijn ingevuld. Ik weet dat onjuiste of onvolledige gegevens verstrekken leidt tot een administratieve boete of tot strafvervolging.

5. Een geschrift, zijnde een Werkbriefje deel A van verdachte ten behoeve van het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor (GAK) Nederland BV, gedateerd en ondertekend op 27 april 2002, doorgenummerde pagina 26.

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Werkloosheidswet

[verdachte]

[a-straat 1],

[plaats]

Periode werkbriefje: 25-03-02 ─ 21-04-02

Inkomsten en sollicitaties

1.1- Hebt u in de genoemde periode gewerkt of loon ontvangen (Bijvoorbeeld tijdens vakantie of verlof bij ziekte)?

Het hof neemt waar dat de verdachte de mogelijkheid 'nee' heeft aangekruist.

Ondertekening

Ik verklaar dat het formulier en de eventuele bijlagen volledig en naar waarheid zijn ingevuld. Ik weet dat onjuiste of onvolledige gegevens verstrekken leidt tot een administratieve boete of tot strafvervolging.

6. Een geschrift, zijnde een Werkbriefje deel A van verdachte ten behoeve van het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor (GAK) Nederland BV, gedateerd en ondertekend op 5 oktober 2003, doorgenummerde pagina 28.

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Werkloosheidswet

[verdachte]

[a-straat 1],

[plaats]

Periode werkbriefje: 08-09-03 ─ 05-10-03

Inkomsten en sollicitaties

1.1- Hebt u in de genoemde periode gewerkt of loon ontvangen (Bijvoorbeeld tijdens vakantie of verlof bij ziekte)?

Het hof neemt waar dat de verdachte de mogelijkheid 'nee' heeft aangekruist.

Ondertekening

Ik verklaar dat het formulier en de eventuele bijlagen volledig en naar waarheid zijn ingevuld. Ik weet dat onjuiste of onvolledige gegevens verstrekken leidt tot een administratieve boete of tot strafvervolging.

7. Een geschrift, zijnde een Werkbriefje deel A van verdachte ten behoeve van het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor (GAK) Nederland BV, gedateerd en ondertekend op 22 februari 2004, doorgenummerde pagina 30.

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Werkloosheidswet

[verdachte]

[a-straat 1],

[plaats]

Periode werkbriefje: 26-01-04 ─ 22-02-04

Inkomsten en sollicitaties

1.1- Hebt u in de genoemde periode gewerkt of loon ontvangen (Bijvoorbeeld tijdens vakantie of verlof bij ziekte)?

Het hof neemt waar dat de mogelijkheid 'nee' is aangekruist.

Ondertekening

Ik verklaar dat het formulier en de eventuele bijlagen volledig en naar waarheid zijn ingevuld. Ik weet dat onjuiste of onvolledige gegevens verstrekken leidt tot een administratieve boete of tot strafvervolging.

8. Een geschrift, zijnde een Werkbriefje deel A van verdachte ten behoeve van het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor (GAK) Nederland BV, gedateerd en ondertekend op 5 september 2005, doorgenummerde pagina 32.

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Werkloosheidswet

[verdachte]

[a-straat 1],

[plaats]

Periode werkbriefje: 08-08-05 ─ 04-09-05

Inkomsten en sollicitaties

1.1- Hebt u in de genoemde periode gewerkt of loon ontvangen (Bijvoorbeeld tijdens vakantie of verlof bij ziekte)?

Het hof neemt waar dat de mogelijkheid 'nee' is aangekruist.

Ondertekening

Ik verklaar dat het formulier en de eventuele bijlagen volledig en naar waarheid zijn ingevuld. Ik weet dat onjuiste of onvolledige gegevens verstrekken leidt tot een administratieve boete of tot strafvervolging.

9. Een geschrift, zijnde een Werkbriefje deel A van verdachte ten behoeve van het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor (GAK) Nederland BV, gedateerd en ondertekend op 10 oktober 2005, doorgenummerde pagina 34.

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Werkloosheidswet

[verdachte]

[a-straat 1],

[plaats]

Periode werkbriefje: 03-10-05 ─ 30-10-05

Inkomsten en sollicitaties

1.1- Hebt u in de genoemde periode gewerkt of loon ontvangen (Bijvoorbeeld tijdens vakantie of verlof bij ziekte)?

Het hof neemt waar dat de mogelijkheid 'nee' is aangekruist.

Ondertekening

Ik verklaar dat het formulier en de eventuele bijlagen volledig en naar waarheid zijn ingevuld. Ik weet dat onjuiste of onvolledige gegevens verstrekken leidt tot een administratieve boete of tot strafvervolging.

10. Een uittreksel uit de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam van 10 november 2000, gedateerd op 23 november 2005, doorgenummerde pagina's 36-37.

Dit uittreksel houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

AFSCHRIFTEN DEPONERINGSGEGEVENS

Naam: [A], Inschrijving eenmanszaak

Registratiedatum: 10-11-2000

opgaaf betreffende een onderneming behorende aan één of meer natuurlijke personen

datumstempel: 10-11-2000

ondernemingsgegevens:

Handelsna(a)m(en): [A]

Rechtsvorm: Eenmanszaak

Adres: [a-straat 1], [plaats]

Datum vestiging: 01-07-2000

Bedrijfsomschrijving: Kleinhandel in natuurlijke producten. Multimedia producties en muziekuitgeverij. Healing. Coaching en counseling alsmede bewegingsleer.

de onderneming wordt gedreven voor rekening van:

naam: [verdachte]

geboortedatum en plaats: [geboortedatum]-1952, [geboorteplaats]

adres: [a-straat 1], [plaats]

Het hof neemt waar dat dit document is ondertekend."

2.3.

Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts nog het volgende overwogen:

"De raadsvrouw heeft aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat de verdachte het feit opzettelijk heeft begaan. Het hof verwerpt dit verweer. De vraagstelling in de door de verdachte in te vullen formulieren is zo duidelijk dat de verdachte, door de vraag of hij gewerkt heeft met nee te beantwoorden, zich ten minste willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij aldus niet voldeed aan zijn verplichting de voor de vaststelling van zijn recht op uitkering krachtens de Werkloosheidswet van belang zijnde gegevens te verstrekken aan UWV Gak of Gak Nederland BV of het UWV, hetgeen het geval was."

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring wat betreft het opzet van de verdachte onvoldoende is gemotiveerd.

3.2.

Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 9 mei 2011 heeft de verdachte aldaar onder meer het volgende aangevoerd:

"Bij het UWV wisten ze wel dat ik in die periode een eenmanszaak had. Ik had in die periode begeleiding van het UWV bij het opzetten van een bedrijf, mijn eenmanszaak "[A]". Ik heb in die periode nooit inkomen uit mijn eenmanszaak, [A]" ontvangen. Ik had gehoord dat je pas moest invullen op die formulieren dat je werkt, als je inkomen geniet. Dit had ik gehoord bij een cursus die ik volgde in het kader van het opzetten van een bedrijf. Deze cursus werd georganiseerd vanuit het UWV. Ik heb in die periode geen inkomsten uit mijn eenmanszaak "[A]" gehad. Ik had elk jaar in mijn eenmanszaak "[A]" een negatief bedrijfsresultaat. In 2001 en 2002 heb ik bij de belastingdienst 1250 uren opgegeven. De belastingdienst heeft dit niet geaccepteerd. Er is een herziening geweest vorig jaar. De behandelende medewerkster van de belastingdienst vroeg zich af of er nog over directe en indirecte uren is gesproken. Dat was niet het geval. Zij zou het dossier daarop onderzoeken. Er is nog geen terugbetalingsregeling opgelegd door de UWV."

3.3.

Gelet op het aldus aangevoerde en in aanmerking genomen dat door het Hof tot het bewijs is gebezigd een verklaring van de verdachte (bewijsmiddel 2) onder meer inhoudende:

- " Ik was bezig met een eigen bedrijfje, maar ik zag dat niet als werkzaamheden. Ik was bezig een bedrijfje op te richten. Ik heb totaal niet verdiend. Dit heeft alleen geld gekost. Dan noem ik dat geen werk" en

- " Ik zag het als opstartactiviteiten" en

- " Ik zag het zeker niet als werk. Ik heb ook zeker niets verdiend",

is de bewezenverklaring voor zover inhoudende dat de verdachte opzettelijk heeft nagelaten de benodigde gegevens te verstrekken door niet kenbaar te maken dat hij werkzaamheden verrichtte of had verricht als zelfstandig ondernemer, waarvan hij wist dat die gegevens van belang waren, niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

3.4.

Voor zover het middel daarover klaagt is het terecht voorgesteld.

4 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 10 september 2013.