Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:51

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-06-2013
Datum publicatie
04-07-2013
Zaaknummer
13/02096
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2013:2624, Niet ontvankelijk
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:CA1230, Gevolgd
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling; art. 288 lid 1, onder b, Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/868
JWB 2013/349
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 juni 2013

Eerste Kamer

13/02096

TT/DH

 

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

 

in de zaak van:

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

  1. het vonnis in de zaak 133646 FT RK 1409/12 van de rechtbank Oost-Nederland, locatie Almelo van 31 januari 2013;

  2. het arrest in de zaak 200.121.450 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 april 2013.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid op de voet van 80a RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2.1 en 2.2).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep
niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 28 juni 2013.