Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:486

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-08-2013
Datum publicatie
27-08-2013
Zaaknummer
12/03860
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2011:7041, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:531, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

De HR leest de kwalificatie verbeterd zodat aan het middel de feitelijke grondslag komt te vervallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/1051
SR-Updates.nl 2013-0330
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 augustus 2013

Strafkamer

nr. 12/03860

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 december 2011, nummer 20/000770-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.

1 De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 februari 2010 - de verdachte ter zake van (de Hoge Raad leest:) "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen" veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.

2 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3 Beoordeling van het middel

3.1.

Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte het bewezenverklaarde als twee verschillende strafbare feiten heeft gekwalificeerd.

3.2.

Door de verbeterde lezing door de Hoge Raad van de kwalificatie als hiervoor onder 1 vermeld mist het middel feitelijke grondslag, zodat het niet tot cassatie kan leiden.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 27 augustus 2013.