Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:2142

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-12-2013
Datum publicatie
20-12-2013
Zaaknummer
13/02398
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:1646, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Opeisbaarheid van bij echtscheiding overeengekomen, door man aan vrouw maandelijks te betalen bedrag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/89
JWB 2014/44

Uitspraak

20 december 2013

Eerste Kamer

nr. 13/02398

LZ/EE

Hoge Raad der Nederlanden

[de man],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. E.A.M. Brouwers-Bouwman,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 1 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1086.

2 Het verdere verloop

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

De advocaat van de man heeft bij brief van 6 december 2013 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 20 december 2013.