Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:2060

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-12-2013
Datum publicatie
20-12-2013
Zaaknummer
13/02164
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO

Wetsverwijzingen
Wet waardering onroerende zaken 17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2014/314
V-N 2014/5.29
Belastingblad 2014/40
V-N Vandaag 2014/38

Uitspraak

20 december 2013

Nr. 13/02164

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag te Den Haag (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 13 maart 2013, nrs. BK-11/00926, 11/00927, 11/00931 en 11/00932, op de hoger beroepen van Stichting [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) en de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, betreffende een ten aanzien van belanghebbende genomen beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen.

1 Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. Zij heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten voorgesteld.

Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van dupliek ingediend.

Het College heeft het incidenteel beroep beantwoord.

2 Beoordeling van de in het principale beroep voorgestelde klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van de in het incidentele beroep voorgestelde middelen

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

Wat betreft het principale cassatieberoep zal het College worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Wat betreft het incidentele cassatieberoep acht de Hoge Raad geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart beide beroepen in cassatie ongegrond,

veroordeelt het College in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1888.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2013.

Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag wordt een griffierecht geheven van € 478.