Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:2031

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-12-2013
Datum publicatie
17-12-2013
Zaaknummer
12/03568
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:1437, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2011:BU3809, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Artt. 6.51, 6.52 en 6.53 Wet Luchtvaart. Besluit van 14 maart 2002, houdende regels m.b.t. het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht (Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht). ICOA-TI. De in de tll. en bewezenverklaring genoemde technische voorschriften “ICAO-TI 2009-2010” – waarmee verdachte in strijd zou hebben gehandeld – hadden t.t.v. het plegen van het onderhavige strafbare feit nog geen rechtskracht. Immers verkregen voornoemde voorschriften ex art. 6.51.1 Wet Luchtvaart i.v.m. art. 1 Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht hier te lande pas rechtskracht op het moment dat de vertaling daarvan ter inzage was gelegd bij het toenmalige Ministerie van Verkeer en waterstaat en bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat, en de Minister van Verkeer en Waterstaat die inzage bekend had gemaakt d.m.v. publicatie in de Stcrt, hetgeen op 14 april 2009 is geschied. Het Hof heeft ten onrechte geoordeeld dat deze voorschriften ‘ICAO-TI 2009-2010’ “niet eerst van kracht zijn geworden na bekendmaking in genoemde Staatscourant”. Uit de technische voorschriften “ICAO-TI 2007-2008” i.v.m. art. 1 Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht vloeit voort dat deze in NL van kracht waren tot het moment waarop de nieuwe versie daarvan ÏCAO-TI 2009-2010” van kracht werd, te weten tot 14 april 2009. T.t.v. het plegen van de feiten i.c. was de oude versie derhalve nog immer van kracht. Het Hof heeft blijkens zijn overwegingen geoordeeld dat het in de tll. opgenomen gedeelten van voorschriften in de beide versies van de ICAO-TI identiek zijn, dat t.t.v. het onderhavige delict een Nederlandse vertaling van de ICAO-TI 2007-2008 beschikbaar was en voor verdachte o.g.v. de reeds voorhanden Engelse vertaling van de ICOA-TI 2009-2010 voorzienbaar was dat deze voorschriften materieel geen wijzigingen zouden ondergaan t.o.v. die voorschriften in de versie van 2007-2008. Dat oordeel is in cassatie niet bestreden. In deze omstandigheden heeft verdachte geen voldoende in rechte te respecteren belang bij zijn klacht in cassatie dat het Hof in strijd met het legaliteitsbeginsel heeft veroordeeld t.z.v. overtreding van voorschriften van ICOA-TI 2009-2010, omdat het Hof de tenlastelegging ook aldus had kunnen opvatten dat daarin door een kennelijke misslag, door verbetering waarvan verdachte niet in haar verdediging was geschaad, niet de juiste versie van de ICOA-TI was vermeld. Het Hof zou dat na vernietiging door de HR van zijn uitspraak alsnog kunnen doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/118

Uitspraak

17 december 2013

Strafkamer

nr. 12/03568 E

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 8 november 2011, nummer 20/003213-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , gevestigd te [vestigingsplaats].

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. V.Q. Vallenduuk, advocaat te Zaandam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het eerste en het tweede middel

2.1.

De middelen klagen dat het Hof de verdachte in strijd met het legaliteitsbeginsel heeft veroordeeld, nu de in de bewezenverklaring genoemde technische voorschriften "ICAO-TI 2009-2010" ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde feit op 22 januari 2009 nog geen rechtskracht hadden, terwijl de eerdere versie van die technische voorschriften "ICAO-TI 2007-2008" zijn rechtskracht op voornoemde datum reeds had verloren. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

2.2.1.

Het Hof heeft overeenkomstig de tenlastelegging ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

"zij op 22 januari 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk, gevaarlijke stoffen zoals aangewezen in artikel 2 Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht, te weten Lithium batterijen (UN 3090), welke stoffen tevens genoemd zijn in de gevaarlijke stoffenlijst (tabel 3-1) van de ICAO-TI 2009-2010, ten vervoer met een luchtvaartuig heeft aangeboden, terwijl daarbij Annex 18 en de Technische Voorschriften niet in acht zijn genomen, immers heeft zij in strijd met de ICAO-TI 2009-2010 gehandeld door

- in strijd met voorschrift 5;2.4.1.1. niet op elke collo de juiste vervoersnaam van de gevaarlijke stof(fen) en de juiste UN-nummers te vermelden

en

- in strijd met voorschrift 5;2.4.2 de namen en de adressen van de aanbieder en van de ontvanger niet op elke collo aan te geven."

2.2.2.

Het Hof heeft ten aanzien van de strafbaarheid van het bewezenverklaarde overwogen:

"B.1

Zowel de verdediging als de advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Daartoe is - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat bij veroordeling sprake zou zijn van schending van het legaliteitsbeginsel, zoals opgenomen in artikel 1, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, omdat het op 22 januari 2009 (nog) niet strafbaar was om in strijd met de bewezen verklaarde voorschriften te handelen, omdat pas op 14 april 2009 in de Staatscourant (Stcrt. 2009, nr. 70) bekend is gemaakt dat er een Nederlandse vertaling van de ICAO-TI versie voor 2009-2010 beschikbaar was.

Volgens de verdediging en de advocaat-generaal doet aan het vorenstaande niet af dat voorafgaand aan de gewijzigde ICAO-TI versie voor 2009-2010 reeds een versie van de ICAO-TI bestond voor de jaren 2007-2008.

Het hof overweegt als volgt.

B.2

Artikel 16 van de Grondwet, alsook artikel 1, eerste lid, van het Wetboek van strafrecht, bepaalt - zakelijk weergegeven - dat geen feit strafbaar is dan uit kracht van een daaraan voorafgaande wettelijke strafbepaling.

Artikel 93 van de Grondwet bepaalt - zakelijk weergegeven - dat bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar hun inhoud een ieder kunnen verbinden, verbindende kracht hebben nadat zij zijn bekend gemaakt.

B.2.1

De strekking van de waarborg van artikel 16 van de Grondwet brengt naar het oordeel van het hof mee dat het begrip "wettelijke strafbepaling" aldus moet worden verstaan dat daarmee uitsluitend wordt gedoeld op van een strafbedreiging voorziene normen die in de Nederlandse taal zijn gesteld en bekend gemaakt.

B.2.2

Naar het oordeel van het hof kan als vaststaand worden aangenomen dat op 14 april 2009 in de Staatcourant bekend is gemaakt dat er een Nederlandse vertaling van de ICAO-TI 2009-2010 kan worden ingezien bij de betreffende ministeries. De vraag is of de ICAO-TI 2009-2010 dientengevolge pas van kracht zijn geworden na deze bekendmaking in de Staatscourant. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt hieromtrent in het bijzonder als volgt.

B.3

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de ICAO-TI elke twee jaren worden aangepast. De gewijzigde set bepalingen worden elke twee jaren integraal en voorzien van de wijzigingen opnieuw afgekondigd.

Voorafgaand aan de ICAO-TI 2009-2010 waren de ICAO-TI 2007-2008 van kracht, waarvan het bestaan van een Nederlandse vertaling bekend is gemaakt in de Staatscourant van 24 oktober 2007. In het voorwoord van de ICAO-TI 2007-2008 is - onder meer - opgenomen dat de globale uitgangspunten die bepalend zijn voor het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht zijn vervat in Annex 18 bij het Internationale burgerluchtvaartverdrag - The Safe Transport of Dangerous Goods bij Air (Het veilige vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht). Dit verdrag is ook bekend onder de naam 'het Verdrag van Chicago' (7 december 1944) en Nederland is partij bij dit verdrag. De Nederlandse vertaling van het Verdrag van Chicago is bij Koninklijk besluit van 3 juni 1947 bekendgemaakt in het Staatsblad.

B.3.1

In het voorwoord van de ICAO-TI 2007-2008 is daarnaast opgenomen dat de ICAO-TI de elementaire bepalingen van Annex 18 uitbreiden en gedetailleerde voorschriften bevatten die voor het veilige internationale vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht noodzakelijk zijn. Tevens is erin opgenomen dat het de bedoeling is dat de Technische Voorschriften door een groep deskundigen van ICAO actueel worden gehouden en dat wijzigingen beschikbaar zullen worden gesteld op www.icao.int/anb/fls/dangerousgoods.

B.4.1

In de ICAO-TI 2007-2008 hield voorschrift 5;2.4.1.1. het volgende in:

2.4.1.1 Tenzij in deze voorschriften anders is aangegeven, moeten de juiste vervoersnaam van gevaarlijke stoffen (aangevuld met de technische benaming(en), indien van toepassing, zie deel 3, hoofdstuk 1) en, indien toegewezen, het overeenkomstige UN-nummer, voorafgegaan door de letters "UN", op elk collo zichtbaar zijn. In het geval van onverpakte voorwerpen, moet de kenmerking zichtbaar zijn op het voorwerp, op de draagconstructie, of op de behandelings-, opslag- of lanceer-inrichting ervan. Een typische collo-kenmerking zou zijn:

"Corrosive liquid, acidic, organic, n.o.s. (caprylyl chloride) UN 3265".

Bij colli die gelimiteerde hoeveelheden gevaarlijke stoffen bevatten, mag het UN-nummer (voorafgegaan door de letters "UN") binnen een ruit worden geplaatst.

Indien de kenmerking met een ruit wordt toegepast, moet aan de volgende voorschriften worden voldaan. De dikte van de lijn die de ruit vorm geeft, moet ten minste 2 mm zijn; cijfers moeten ten minste 6 mm hoog zijn. Indien meer dan één stof in het collo is opgenomen en aan de stoffen verschillende UN-nummers zijn toegewezen, moet de ruit groot genoeg zijn om elk toepasselijk UN-nummer te omvatten.

Opmerking. Er wordt verwacht dat het zichtbaar voeren van het UN-nummer binnen een ruit met ingang van 1 januari 2009 verplicht zal zijn voor colli die gelimiteerde hoeveelheden gevaarlijke stoffen bevatten.

B.4.2

In de ICAO-TI 2009-2010 houdt voorschrift 5;2.4.1.1. het volgende in:

2.4.1.1 Tenzij in deze voorschriften anders is aangegeven, moeten de juiste vervoersnaam van gevaarlijke stoffen (aangevuld met de technische benaming(en), indien van toepassing, zie deel 3, hoofdstuk 1) en, indien toegewezen, het overeenkomstige UN-nummer, voorafgegaan door de letters "UN", op elk collo zichtbaar zijn. In het geval van onverpakte voorwerpen, moet de kenmerking zichtbaar zijn op het voorwerp, op de draagconstructie, of op de behandelings-, opslag- of lanceer-inrichting ervan. Een typische collo-kenmerking zou zijn:

"Corrosive liquid, acidic, organic, n.o.s. (caprylyl chloride) UN 3265".

Bij colli die gelimiteerde hoeveelheden gevaarlijke stoffen bevatten, moet (cursivering hof) het UN-nummer (voorafgegaan door de letters "UN") binnen een ruit worden geplaatst. Indien de kenmerking met een ruit wordt toegepast, moet aan de volgende voorschriften worden voldaan. De dikte van de lijn die de ruit vorm geeft, moet ten minste 2 mm zijn; cijfers moeten ten minste 6 mm hoog zijn. Indien meer dan één stof in het collo is opgenomen en aan de stoffen verschillende UN-nummers zijn toegewezen, moet de ruit groot genoeg zijn om elk toepasselijk UN-nummer te omvatten. Opmerking. Er wordt verwacht dat het zichtbaar voeren van het UN-nummer binnen een ruit met ingang van 1 januari 2011 verplicht zal zijn voor colli die gelimiteerde hoeveelheden gevaarlijke stoffen bevatten.

B.4.3

De enige wijziging van voorschrift 5;2.4.1.1 in de versie van de ICAO-TI 2009-2010 ten opzichte van de versie van de ICAO-TI 2007-2008 is derhalve dat bij colli die gelimiteerde hoeveelheden gevaarlijke stoffen het UN-nummer binnen een ruit moet zijn geplaatst in plaats van mag zijn geplaatst.

Het eerste gedeelte van het voorschrift - zoals opgenomen in de tenlastelegging - dat op elke collo de juiste vervoersnaam van de gevaarlijke stof(fen) en de juiste UN-nummers dienen te worden vermeld, is in beide versies van de ICAO-TI gelijkluidend.

B.5.1

In de ICAO-TI 2007-2008 hield voorschrift 5;2.4.2 het volgende in:

2.4.2

Afzender- en ontvangstaanduiding

De naam en het adres van de persoon die de gevaarlijke stoffen voor vervoer door de lucht aanbiedt en van de ontvanger moeten op elk collo zijn aangegeven.

B.5.2

In de ICAO-TI 2009-2010 houdt voorschrift 5;2.4.2 het volgende in:

2.4.2

Afzender- en ontvangstaanduiding

De naam en het adres van de persoon die de gevaarlijke stoffen voor vervoer door de lucht aanbiedt en van de ontvanger moeten op elk collo zijn aangegeven.

B.5.3

Dit tenlastegelegde voorschrift is derhalve in de beide versies van de ICAO-TI identiek.

B.6

Ten tijde van het onderhavige delict op 22 januari 2009 was een Nederlandse vertaling van de ICAO-TI 2007-2008 beschikbaar en was een - in onder andere - Engelse vertaling van de ICAO-TI 2009-2010 reeds voorhanden. Voor een internationaal georiënteerd bedrijf als [verdachte] was derhalve toen voorzienbaar dat de voorschriften 5;2.4.1.1 en 5;2.4.2 materieel geen wijzigingen hadden ondergaan in de versie van de ICAO-TI 2009-2010. Gelet op deze omstandigheid alsmede gelet op de specifieke systematiek van de ICAO-TI - meer in het bijzonder dat tweejaarlijks een nieuwe versie van de ICAO-TI wordt uitgebracht en dat tussentijdse wijzigingen kenbaar worden gemaakt op de website van de ICAO -, is het hof van oordeel dat in het onderhavige geval sprake was van een 'daaraan voorafgaande wettelijke strafbepaling', zoals bedoeld in artikel 16 van de Grondwet en artikel 1, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

B.7

Anders dan de verdediging en de advocaat-generaal, is het hof derhalve van oordeel dat het handelen in strijd met de ten laste gelegde technische voorschriften zoals opgenomen in de ICAO-TI 2009-2010 strafbaar was op 22 januari 2009 en doet de omstandigheid dat op dat moment formeel nog geen Nederlandse vertaling van de ICAO-TI 2009-2010 bekend was gemaakt hieraan niet af.

Ook overigens zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert op:

Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 6.51, eerste lid, van de Wet luchtvaart, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd."

2.3.

De navolgende bepalingen uit de Wet luchtvaart zijn voor de beoordeling van de middelen van belang:

- Art. 6.51 luidt:

"1. Het is verboden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevaarlijke stoffen met een luchtvaartuig te vervoeren, ten vervoer aan te bieden of aan te nemen, alsmede te laden in of te lossen uit een luchtvaartuig, of tijdens het vervoer neer te leggen.

2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevaarlijke stoffen of categorieën van gevaarlijke stoffen, indien aan de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur terzake gestelde regels is voldaan.

3. Onder het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt mede begrepen het laten staan op een luchtvaartterrein van een luchtvaartuig waarin zich dergelijke stoffen bevinden."

- Art. 6.52 luidt:

"1. Het is verboden gevaarlijke stoffen ten vervoer aan te bieden onder een andere benaming of onder opgave van een andere categorie-indeling dan die welke bij of krachtens deze wet is voorgeschreven.

2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven."

- Art. 6.53 luidt:

"1. De regels, bedoeld in artikel 6.51, tweede lid, kunnen onder meer betrekking hebben op:

(...)

b. de documenten die met betrekking tot gevaarlijke stoffen opgemaakt dienen te worden;

(...)

e. de eisen ten aanzien van verpakking van gevaarlijke stoffen, met inbegrip van de daarbij behorende inrichting of uitrusting, en het testen of keuren daarvan, alsmede de uitgifte en intrekking van verpakkingskenmerken;

(...)

f. de etiketten, kenmerken of andere aanduidingen op de verpakking, bedoeld in onderdeel e."

2.4.1.

De in art. 6.51, eerste lid, Wet luchtvaart bedoelde "algemene maatregel van bestuur" is het Besluit van 14 maart 2002, houdende regels met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht (Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht).

Art. 1 van dit besluit luidt:

"In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. wet: Wet luchtvaart;

b. Annex 18: ingevolge een mededeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gepubliceerd in de Staatscourant van kracht zijnde versie van de op grond van de artikelen 37, 54 en 90 van het op 7 december 1944 te Chicago gesloten Verdrag inzake de Burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie vastgestelde Annex 18 (The Safe Transport of Dangerous Goods by Air), zoals ter inzage gelegd op de bij die mededeling aangegeven locatie;

c. Technische Voorschriften: ingevolge een mededeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gepubliceerd in de Staatscourant van kracht zijnde versie van de bij Annex 18 behorende «Technical Instructions for the Safe Transport of Dangerous goods by Air», Doc 9284-AN/905, inclusief het Supplement, zoals ter inzage gelegd op de bij die mededeling aangegeven locatie;

d. afzender: natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 9, eerste lid,onder 1; e. expediteur-luchtvrachtagent: natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder 2;

f. grondafhandelaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder 3.

2. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat draagt zorg voor een vertaling van Annex 18 en de Technische Voorschriften en doet van de wijze van bekendmaking mededeling in de Staatscourant."

2.4.2.

In de Staatscourant (Stcrt. 2009, 70) van 14 april 2009 werd bekend gemaakt de "Inzage vertaling versie 2009-2010 Technical Instructions Annex 18 verdrag van Chicago", welke onder meer inhoudt:

"De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 1, eerste lid, onder c, en tweede lid van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht;

Maakt bekend:

De gewijzigde editie voor 2009-2010 van de bij Annex 18 (The Safe Transport of Dangerous Goods by Air) van het op 7 december 1944 te Chicago gesloten Verdrag inzake de Burgerluchtvaart, behorende Technische Voorschriften (Technical Instructions for the Safe Transport of Dangerous Goods by Air, Doc. 9281-AN/905) kan worden ingezien bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Koningskade 4 in Den Haag en bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat, Saturnusstraat 50 in Hoofddorp."

In Trb 2009, 48 van 3 april 2009, wordt voor de bijlagen bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart verwezen naar Trb.1999, 108, waarin in een voetnoot is vermeld:

"De geconsolideerde tekst van de Bijlagen 1 tot en met 18, geldend per 13 februari 2009, ligt ter inzage bij:

– het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Bibliotheek van de Hoofddirectie Juridische Zaken, Koningskade 4, Kamer A 05.44, Den Haag;

– het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Bibliotheek Inspectie Verkeer en Waterstaat, Saturnusstraat 50, Kamer B.102, Hoofddorp; en

– het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Afdeling Verdragen, Bezuidenhoutseweg 67, Den Haag."

2.5.

Uit het vorenstaande volgt dat de in de tenlastelegging en de bewezenverklaring genoemde technische voorschriften "ICAO-TI 2009-2010" – waarmee de verdachte in strijd zou hebben gehandeld – ten tijde van het plegen van het onderhavige strafbare feit op 22 januari 2009 in Nederland nog geen rechtskracht hadden. Immers verkregen voornoemde voorschriften ingevolge art. 6.51, eerste lid, Wet luchtvaart in verbinding met art. 1 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht hier te lande pas rechtskracht op het moment dat de vertaling daarvan ter inzage was gelegd bij het toenmalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat en bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat, en de Minister van Verkeer en Waterstaat die inzage bekend had gemaakt door middel van publicatie in de Staatcourant, hetgeen op 14 april 2009 is geschied. Het Hof heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat deze voorschriften 'ICAO-TI 2009-2010' "niet eerst van kracht zijn geworden na bekendmaking in genoemde Staatscourant". Voor zover de middelen hierover klagen, zijn zij terecht voorgesteld.

2.6.1.

De technische voorschriften "ICAO-TI 2007-2008"

– zijnde de aan de in de bewezenverklaring genoemde technische voorschriften "ICAO-TI 2009-2010" voorafgaande versie – houden in het voorwoord onder meer het volgende in:

"Operationeel gebruik van de Technische Voorschriften

Vanaf 1 januari 2007 moet voor operaties deze editie van de Technische Voorschriften worden gebruikt en zij zal van kracht blijven tot 31 december 2008 of tot zoveel later als een nieuwe editie van kracht wordt."

2.6.2.

Anders dan de steller van de middelen betoogt, vloeit uit het hiervoor geciteerde onderdeel van de technische voorschriften "ICAO-TI 2007-2008" in verbinding met art. 1 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht voort dat deze in Nederland van kracht waren tot het moment waarop de nieuwe versie daarvan "ICAO-TI 2009-2010" van kracht werd, te weten tot 14 april 2009. Ten tijde van het plegen van de onderhavige feiten was de oude versie derhalve nog immer van kracht.

2.6.3.

Het Hof heeft blijkens zijn hiervoor in 2.2.2 weergegeven overwegingen geoordeeld dat het in de tenlastelegging opgenomen gedeelte van voorschrift 5;2.4.1.1 en het voorschrift 5;2.4.2 in de beide versies van de ICAO-TI identiek zijn, dat ten tijde van het onderhavige delict een Nederlandse vertaling van de ICAO-TI 2007-2008 beschikbaar was en voor de verdachte op grond van de reeds voorhanden Engelse vertaling van de ICOA-TI 2009-2010 voorzienbaar was dat deze voorschriften materieel geen wijzigingen zouden ondergaan ten opzichte van die voorschriften in de versie van 2007-2008. Dat oordeel is in cassatie niet bestreden. In deze omstandigheden heeft de verdachte geen voldoende in rechte te respecteren belang bij zijn klacht in cassatie dat het Hof de verdachte in strijd met het legaliteitsbeginsel heeft veroordeeld ter zake van overtreding van de desbetreffende voorschriften van de ICOA-TI 2009-2010. Het Hof had immers de tenlastelegging ook aldus kunnen opvatten dat daarin door een kennelijke misslag, door verbetering waarvan de verdachte niet in haar verdediging zou kunnen zijn geschaad, niet de juiste versie van de ICOA-TI was vermeld en zou dat na vernietiging door de Hoge Raad van zijn uitspraak alsnog kunnen doen.

2.7.

De middelen kunnen dan ook niet tot cassatie leiden.

3 Beoordeling van het derde middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2013.