Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:1884

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-12-2013
Datum publicatie
13-12-2013
Zaaknummer
12/02738
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:983, Gevolgd
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Caribische zaak. Kinderalimentatie. Slagende klachten tegen vaststelling kinderalimentatie zonder behoefte kind en draagkracht man vast te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2014/11
RvdW 2014/37
JWB 2013/579

Uitspraak

13 december 2013

Eerste Kamer

nr. 12/02738

RM/GB

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de vrouw],
wonende in Sint Maarten,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

[de man],
wonende in de Verenigde Staten van Amerika,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak EJ 22/2011 van het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 20 juni 2011;

b. de beschikking in de zaak Ghis 52669 - EJ 22/11 - H 298/11 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: het hof) van 2 maart 2012.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot vernietiging van de beschikking van het hof van 2 maart 2012 en tot terugwijzing naar dat hof.

3 Beoordeling van het middel

3.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Uit een relatie tussen partijen is op [geboortedatum] 1996 [het kind] geboren (hierna: het kind).

(ii) Partijen leven sinds 2000 gescheiden. Bij uitspraak van 23 november 2004 heeft het gerecht in de Staat New York een overeenkomst houdende een omgangsregeling bevestigd en zijn de man en de vrouw gezamenlijk met het ouderlijk gezag belast.

3.2

De vrouw heeft het gerecht verzocht de man te veroordelen tot betaling van kinderalimentatie tot een bedrag van US$ 2.000,-- per maand met ingang van augustus 2004 en tot betaling van schoolfees. Het gerecht heeft het verzoek afgewezen.

Het hof heeft de beschikking van het gerecht vernietigd en, voor zover in cassatie van belang, de man veroordeeld (i) om maandelijks en bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad een bedrag van US$ 450,-- per maand te betalen ter voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind met ingang van 1 april 2012, en (ii) tot betaling rechtstreeks aan de school van het schoolgeld van het kind en rechtstreeks aan de verzekeraar van de premie van een redelijke ziektekostenverzekering ten behoeve van het kind.

Het hof heeft hiertoe als volgt overwogen. De man heeft zich akkoord verklaard met de volgende regeling: betaling van het schoolgeld rechtstreeks aan de school (per maand ongeveer US$ 50,--), betaling van de premie voor een redelijke ziektekostenverzekering ten behoeve van het kind rechtstreeks aan de verzekeraar (per maand ongeveer US$ 100,--), uitkering van de Amerikaanse "kinderbijslag" door het Amerikaanse "Social Seurity Department" ten behoeve van het kind (ongeveer US$ 400,--) en betaling van een extra bijdrage van US$ 450,-- per maand aan de Voogdijraad in Sint Maarten (rov. 3.4). Totaal komt dit neer op ongeveer US$ 1.000,-- per maand, hetgeen voor het kind niet ongunstiger is dan voortvloeit uit de wettelijke maatstaven, ook al heeft de moeder in het geheel geen draagkracht. Het hof zal daarom de vader tot naleving van de regeling veroordelen. (rov. 3.5)
Niet aannemelijk is geworden dat de man in het verleden minder bijdroeg dan overeenstemt met de wettelijke maatstaven. Het hof zal daarom de regeling doen ingaan op 1 april 2012. (rov. 3.6)

3.3

De klachten van het middel houden naar de kern genomen in dat het hof in de rov. 3.4-3.6 ten onrechte dan wel onvoldoende gemotiveerd de bepaling van de hoogte van de kinderalimentatie heeft gerelateerd aan het "absolute begrip" wettelijke maatstaven, zonder dat het hof daarbij kenbaar de behoefte van het kind en de draagkracht van de man heeft vastgesteld. Deze klachten slagen. Het hof heeft in de rov. 3.4-3.6, hiervoor in 3.2 weergegeven, onvoldoende inzicht gegeven in de feitelijke behoefte van het kind en de draagkracht van de man, zodat niet kan worden beoordeeld of het maandelijks in totaal door de man te betalen bedrag van ongeveer US$ 1.000,-- voldoet aan de wettelijke maatstaven alsmede of de vader in het verleden in overeenstemming met de wettelijke maatstaven heeft bijgedragen aan de kosten van levensonderhoud van het kind. De bestreden beschikking kan niet in stand blijven. De overige klachten van het middel behoeven geen behandeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 2 maart 2012;

verwijst het geding naar dat hof ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 13 december 2013.