Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:1567

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-12-2013
Datum publicatie
04-12-2013
Zaaknummer
12/00454
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:1550, Gevolgd
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: art. 81.1 RO en overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. HR ambtshalve: de bestreden uitspraak bevat geen beslissing op de vorderingen van de b.p. Ingevolge de art. 335 en 361.4 jo. 415 Sv was het Hof gehouden omtrent de vorderingen van de b.p. een met redenen omklede beslissing te nemen. De bestreden uitspraak ontbeert een dergelijke beslissing en kan daarom in zoverre niet in stand blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2014/20
NJB 2014/18

Uitspraak

3 december 2013

Strafkamer

nr. 12/00454

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 9 december 2011, nummer 21/004133-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarbij geen beslissing is genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

2.2.

Het middel is gegrond. Gelet op de aan de verdachte opgelegde werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

3 Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

Blijkens de stukken van het geding hebben [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zich in eerste aanleg als benadeelde partijen in het strafgeding gevoegd. De Rechtbank heeft de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

Bij de stukken van het geding bevindt zich een "antwoordformulier slachtofferinformatie", dat blijkens een daarop geplaatst stempel op 25 juli 2011 - dus voor de terechtzitting in hoger beroep van 5 augustus 2011 - bij de griffie van het Hof is ingekomen. Aan dit formulier is een door [betrokkene 1] mede als gemachtigde van haar zoon [betrokkene 2] ondertekend schrijven gehecht, dat is gericht aan het Parket bij het Hof. Dit schrijven houdt in dat de benadeelde partijen hun oorspronkelijke vorderingen wensen te handhaven.

De bestreden uitspraak bevat geen beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen. Ingevolge de art. 335 en 361, vierde lid, in verbinding met art. 415 Sv was het Hof gehouden omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen een met redenen omklede beslissing te nemen. De bestreden uitspraak ontbeert een dergelijke beslissing en kan daarom in zoverre niet in stand blijven.

5 Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor zover daarbij geen beslissing is genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma , in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 december 2013.