Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:1471

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-11-2013
Datum publicatie
29-11-2013
Zaaknummer
13/03376
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:953, Gevolgd
In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2013:2531, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. Huur woonruimte. Voortzetting huurovereenkomst na overlijden hoofdhuurder? Art. 7:268 lid 2 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/1428
JWB 2013/558
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

29 november 2013

Eerste Kamer

nr. 13/03376

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,

t e g e n

de stichting STICHTING SITÉ WOONDIENSTEN,
gevestigd te Doetinchem,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Stichting.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 462337 CV 11-3121 van de kantonrechter te Oude IJsselstreek van 9 februari 2012;

b. het arrest in de zaak 200.112.106 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 april 2013.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de Stichting is verstek verleend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring met toepassing van art. 80a RO.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 10 oktober 2013 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 29 november 2013.