Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:1354

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19-11-2013
Datum publicatie
20-11-2013
Zaaknummer
12/02718
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:1304, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bewijsklacht medeplegen. Uit de bewijsmiddelen kan niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte "tezamen en in vereniging met een ander" heeft gehandeld. CAG anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2013/2573
RvdW 2013/1404
SR-Updates.nl 2013-0454
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

19 november 2013

Strafkamer

nr. 12/02718

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 10 mei 2012, nummer 21/001948-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep op voet van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring wat het "medeplegen" betreft ontoereikend is gemotiveerd.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op tijdstippen in de periode van 1 mei 2008 tot en met 25 augustus 2008 in de gemeente Apeldoorn tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in een pand aan [a-straat 1] een hoeveelheid van moederhennepplanten en hennepstekken, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II."

2.2.2.

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL0624/08-342363 (pagina’s 52 en 53), in de wettelijke vorm opgemaakt op 25 augustus 2008 door [verbalisant 1], hoofdagent van politie, inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 1]:

Ik ben samen met mijn zus eigenaar van recyclingbedrijf [A], welke aan [a-straat 1] gevestigd is. Op ons bedrijfsterrein staat een grote groene loods. Op vrijdag 22 augustus hoorde ik een zoemend geluid vanuit de loods. De loods is verdeeld in drie ruimten. Ik heb die vrijdag de stroom eens van het middelste gedeelte van de loods afgehaald door de stoppen te verwijderen en ik hoorde toen dat het zoemen ophield. Op 24 augustus 2008 ben ik er even geweest om iets te halen en toen heb ik een witte bedrijfsbus naast de loods zien staan. De bus stond bij de schuifdeur die [verdachte] gebruikt om binnen te komen. [verdachte] huurt sinds 1 januari 2008 het middelste gedeelte van de loods. Hij heeft een schoonmaakbedrijf "[B]".

Ik heb vandaag, maandag 25 augustus 2008, met de boor een klein gaatje geboord in de spaanplaten tussenwand van de loods om te kijken of ik iets kon zien. Ik boorde vanuit mijn gedeelte en ik zag door het kleine gaatje dat er licht brandde in het middelste deel van de loods. Ik dacht toen direct aan een wietkwekerij. Ik heb toen de politie gebeld.

Ik heb dat gedeelte van de loods waar u nu die hennepkwekerij heeft aangetroffen verhuurd aan [verdachte]. Volgens mij verhuurt [verdachte] een gedeelte van de loods onder aan [medeverdachte]. [verdachte] en [medeverdachte] kwamen altijd in de avonduren en het weekend. Zij hebben beiden een sleutel van het toegangshek van het terrein.

2. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, nummer PL08-342363 (pagina’s 20 tot en met 26), in de wettelijke vorm opgemaakt op 10 september 2008 door [verbalisant 1], voornoemd, en [verbalisant 2], aspirant van politie, inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van voornoemde verbalisanten:

Aanleiding onderzoek

Naar aanleiding van een melding van de eigenaar van de loods, [betrokkene 1], die meldde dat hij een afzuiger of ventilator hoorde zoemen in de loods en die constant licht zag branden, terwijl de gebruiker van de loods afwezig was, ben ik, verbalisant [verbalisant 1], ter plaatse gegaan op 25 augustus 2008.

Naar aanleiding van genoemde melding hebben wij, verbalisanten, terzake verdenking van een overtreding van de Opiumwet een onderzoek ingesteld betreffende het adres [a-straat 1] te Apeldoorn. Op dit afgesloten bedrijfsterrein staat een loods die in drie delen is verdeeld. Het bleek dat op genoemd adres een in werking zijnde hennepkwekerij aanwezig was. In kweekruimte 1 stonden 64 hennepplanten en 3780 hennepstekken, in kweekruimte 2 stonden 1128 hennepstekken en in kweekruimte 3 stonden 160 hennepplanten en 1134 hennepstekken. Er was restafval aanwezig, namelijk oude aarde en lege potten. Tevens zijn er notities aangetroffen, waarbij met zwarte stift op lege gebruikte piepschuimbakken geschreven is de data 14-7 en 18-7.

3. Het proces-verbaal NARCO-TEST (Hennep), nummer 08-342363 (pagina 2e, als losse bijlage opgenomen voor het stamproces-verbaal), in de wettelijke vorm opgemaakt op 1 september 2008 door [verbalisant 1], voornoemd, inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van voornoemde verbalisant:

Op maandag 1 september 2008 om 10.15 uur werden door mij, bevoegd tot het testen van verdovende middelen, de in perceel [a-straat 1] te Apeldoorn aangetroffen stoffen op voorgeschreven wijze middels de NARCO-test getest. De stekken en moederplanten werden afzonderlijk getest. Uit de testen van de planten en de stekken bleek dat de planten kennelijk THC bevatten. Met de aanwezigheid van THC werd aangetoond dat het bij de aangetroffen planten om hennep ging. Hennep staat vermeld op lijst II onderdeel B, behorende bij de Opiumwet.

4. Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL0624/08-342363 (pagina’s 68 tot en met 70), in de wettelijke vorm opgemaakt op 26 augustus 2008 door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden voornoemd, inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [medeverdachte]:

De hennepkwekerij die u gisteren aan heeft getroffen in de door [verdachte] gehuurde loods op het terrein van [betrokkene 1] op [a-straat 1] in Apeldoorn is van mij. Ik heb deze kwekerij gebouwd en ben daarmee in mei of juni 2008 begonnen. Ik verzorgde de kwekerij. Het werk in de kwekerij bestond uit stekken knippen, schoonmaken, water en voeding geven. [verdachte] komt niet vaak in de loods.

5. Het proces-verbaal van verhoor, nummer PL0624/08-342363 (pagina 54), in de wettelijke vorm opgemaakt op 27 augustus 2008 door [verbalisant 1], voornoemd, inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 2]:

Ik woon op [a-straat 1] in Apeldoorn. Ik woon boven het kantoor en heb van hieruit zicht op de loods waarin gisteren een hennepkwekerij is aangetroffen. U vraagt mij of ik de huurder ken die het middelste deel van de loods, het gedeelte waar de hennepkwekerij in was, huurt. Ja, ik ken die jongen van gezicht, maar ik weet zijn naam niet.

Ik weet dat hij in een witte bedrijfsbus rijdt. Ik heb die bus van die huurder veelal in de avonduren zien staan bij de loods. Ik heb die jongen dan de loods in zien gaan alleen en ik heb hem ook wel samen met iemand gezien. U vraagt of ik de vorige huurder van de loods ken. Ja, dat is [medeverdachte]. Toevallig heb ik afgelopen vrijdag of donderdag [medeverdachte] en de nieuwe huurder samen gezien bij de Praxis aan Kanaal Noord. Ik zag ze buiten op de parkeerplaats staan daar."

2.3.

Aangezien de bewezenverklaring van het tenlastegelegde, voor zover behelzende dat de verdachte "tezamen en in vereniging met een ander" heeft gehandeld, niet zonder meer uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, is de bestreden uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

2.4.

Het middel slaagt.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 november 2013.