Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:1160

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12-11-2013
Datum publicatie
12-11-2013
Zaaknummer
12/01199
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:1162, Contrair
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Strafmotivering. Met zijn overweging dat verdachte “eerder terzake strafbare feiten is veroordeeld” heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat verdachte een keer eerder voor strafbare feiten onherroepelijk is veroordeeld. Uit het door het Hof genoemde UJD kan evenwel niet worden afgeleid dat de desbetreffende veroordeling betrekking heeft op meer strafbare feiten. Op die grond moet worden aangenomen dat sprake is van een kennelijke misslag. De HR leest de bestreden overweging met verbetering van deze misslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/1376
SR-Updates.nl 2013-0434
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 november 2013

Strafkamer

nr. 12/01199

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 27 december 2011, nummer 24/002441-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.B.J.G. Baggen, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dan wel verwijzing naar een aangrenzend hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt over de strafmotivering.

2.2.1.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op of omstreeks 19 januari 2009, te Assen tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid hennep toebehorende aan [betrokkene 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [betrokkene 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededaders

- de woning waarin [betrokkene 2] zich bevond aan de [a-straat], zijn binnengedrongen waarbij een aantal hun gezichten (gedeeltelijk) hadden bedekt met een panty, en

- een op een vuurwapen gelijkend voorwerp hebben gericht op [betrokkene 2] en

- tegen [betrokkene 2] hebben geduwd en

- [betrokkene 2] met dat voorwerp tegen het hoofd hebben geslagen en

- [betrokkene 2] hebben geslagen en geschopt en

- (tijdens het knippen van die hennep) [betrokkene 2] onder schot hebben gehouden."

2.2.2.

Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden. Het heeft ten aanzien van de oplegging van de straf onder meer het volgende overwogen:

"Verdachte is schuldig bevonden aan het medeplegen van een gewelddadige overval die gedurende de nacht plaatsvond in een woning in Assen. Het betreft een ernstig feit. Feiten als de onderhavige schokken de rechtsorde en brengen gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij teweeg. Verdachte heeft door zijn handelen hieraan bijgedragen en dat neemt het hof verdachte kwalijk.

Bij de strafoplegging houdt het hof rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 28 oktober 2011 waaruit blijkt dat hij eerder terzake strafbare feiten is veroordeeld.

(...)"

2.3.

Met zijn overweging dat de verdachte "eerder terzake strafbare feiten is veroordeeld" heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat de verdachte een keer eerder voor strafbare feiten onherroepelijk is veroordeeld. Uit het door het Hof genoemde uittreksel Justitiële Documentatie kan evenwel niet worden afgeleid dat de desbetreffende veroordeling betrekking heeft op meer strafbare feiten. Op die grond moet worden aangenomen dat sprake is van een kennelijke misslag. De Hoge Raad leest de bestreden overweging met verbetering van deze misslag. Aan het middel komt daarom de feitelijke grondslag te ontvallen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma , in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 november 2013.