Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:1127

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-11-2013
Datum publicatie
15-11-2013
Zaaknummer
13/01406
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ1507, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 10ei, lid 1, Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. Tandarts beschikt over specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt schaars aanwezig is. 30%-regeling is van toepassing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2013/57.19 met annotatie van Redactie
V-N Vandaag 2013/2516
FED 2014/2 met annotatie van mr. S. Bentohami
BNB 2014/51 met annotatie van A.L. Mertens
FutD 2013-2771 met annotatie van Fiscaal up to Date
NTFR 2013/2212 met annotatie van drs. J.C. Zeeuw
NTFR 2014/26
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 november 2013

nr. 13/01406

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 7 februari 2013, nr. 12/00418, betreffende na te melden ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking.

1 Het geding in feitelijke instanties

Bij beschikking van 20 juli 2011 heeft de Inspecteur afwijzend beslist op een verzoek van belanghebbende als bedoeld in artikel 10ei, lid 1, Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (hierna: het Besluit). De beschikking is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.

De Rechtbank te Haarlem (nr. 11/5869) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en het verzoek om toepassing van de 30%-regeling ingewilligd.

De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3 Beoordeling van het middel

3.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

3.1.1.

Belanghebbende heeft de Duitse nationaliteit. In februari 2011 heeft zij de opleiding tandheelkunde aan een Duitse universiteit afgerond.

3.1.2.

Met ingang van 1 mei 2011 is belanghebbende in dienst getreden bij [B] B.V. (hierna: de werkgever), die een tandartspraktijk uitoefent in [S].

3.1.2.

Bij gezamenlijk verzoek van 4 mei 2011 hebben belanghebbende en de werkgever verzocht om toepassing van de bewijsregel als bedoeld in artikel 10ea, lid 1, van het Besluit (hierna: de 30%-regeling).

3.1.3.

De Inspecteur heeft het voornoemde verzoek afgewezen, omdat belanghebbende niet zou voldoen aan het in artikel 10e, lid 2, letter b, van het Besluit opgenomen vereiste dat de inkomende werknemer dient te beschikken over een specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is.

3.1.4.

Een rapport van de Stichting Capaciteitsorgaan voor medische en tandheelkundige vervolgopleidingen uit december 2010 (hierna: het Capaciteitsrapport) vermeldt onder meer het volgende:

“4.5 Onvervulde zorgvraag

Hier en daar in het land zijn er signalen dat er een tekort aan tandartsen zou zijn in Nederland. Het lijkt erop dat deze tekorten regionaal zijn. Een flink aandeel van de tandartspraktijken geeft aan nog ruimte te hebben om nieuwe patiënten aan te nemen. In bepaalde regio’s is zelfs sprake van tandartspraktijken waarvan de omvang van het patiëntenbestand ver onder het landelijk gemiddelde ligt. (…)

Op basis van enkele regionale tekorten wordt voor de onvervulde vraag naar tandartsen momenteel uitgegaan van 1%.

(…)

5. Zorgaanbod

(…)

5.4

Instroom in het vak en uitstroom uit het vak

5.4.1

Tandartsen

De instroom in het vak van tandarts komt in de eerste plaats vanuit de Nederlandse opleiding. Daarnaast is er sprake van instroom uit het buitenland. (…)

Binnen de tandheelkunde is sprake van een hoge instroom uit het buitenland. (…) Het gemiddelde aantal in de laatste jaren van bijna 180 is aanzienlijk vergeleken met het aantal tandartsen dat momenteel jaarlijks instroomt vanuit de Nederlandse opleiding, namelijk ongeveer 255 (uitgaande van 85% rendement van 300 studenten). Vanaf 2013 zal dit aantal nog gaan dalen naar 204 (uitgaande van 85% rendement van 240 studenten). (…)

Bij ongewijzigd beleid zullen tussen 2010 - 2020 jaarlijks 180 buitenlandse tandartsen instromen op de Nederlandse arbeidsmarkt.

(…)”

3.1.5.

In een brief van 29 september 2011 schrijft de teamleider Structuur en Financiering van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (hierna: de NMT) onder meer:

“In een brief (...) heeft de NMT haar standpunt verwoord inzake de capaciteit aan tandheelkundige zorgverlening in Nederland. Dit standpunt (...) houdt in dat er landelijk gezien geen sprake is van een tekort aan tandheelkundige zorgverleners. Dit standpunt neemt niet weg dat er lokaal een, al dan niet tijdelijk, probleem kan zijn met het invullen van een vacature in een tandheelkundige praktijk.”

3.2.

Voor het Hof spitste het geschil zich toe op de vraag of belanghebbende beschikte over een specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is. Niet in geschil is dat, als de deskundigheid van belanghebbende schaars is, zij voldoet aan de overige voorwaarden voor toepassing van de 30%-regeling.

3.3.

Het Hof heeft uit het hiervoor in onderdeel 3.1.4 geciteerde Capaciteitsrapport afgeleid dat, zo er al sprake is van een tekort aan tandartsen, tekorten (slechts) regionaal zijn en dat de onvervulde vraag naar tandartsen slechts zeer beperkt is (1 percent). Een dergelijk zeer beperkt tekort is naar het oordeel van het Hof onvoldoende om te kunnen spreken van ‘schaars aanwezig’ in de zin van artikel 10e, lid 2, letter b, van het Besluit.

Hetgeen van de zijde van belanghebbende is aangevoerd levert volgens het Hof wel onmiskenbaar het beeld op dat - gelet op de beperkte instroom op de arbeidsmarkt van in Nederland opgeleide tandartsen - op enig moment na de peildatum een aanzienlijk tekort aan tandartszorg zal ontstaan zonder (relatief forse) instroom van tandartsen vanuit het buitenland. Een in de toekomst mogelijk dreigend tekort maakt volgens het Hof echter niet dat de specifieke deskundigheid van tandarts op de peildatum schaars aanwezig is in de zin van artikel 10e, lid 2, letter b, van het Besluit.

3.4.1.

Het middel betoogt dat het onbegrijpelijk is dat het Hof tot het oordeel komt dat tandartsen ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst op de Nederlandse arbeidsmarkt niet schaars aanwezig waren.

3.4.2.

Het Hof is uitgegaan van de juistheid van de gegevens uit het Capaciteitsrapport, ook voor zover het de situatie betreft ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst van belanghebbende met de werkgever. Dat uitgangspunt is in cassatie niet bestreden. Het Capaciteitsrapport laat geen andere slotsom toe dan dat instroom van tandartsen uit het buitenland nodig was om vacatures te vervullen, en dat zonder die instroom op de Nederlandse arbeidsmarkt een tekort aan tandartsen zou zijn ontstaan. Onder die omstandigheden moet worden aangenomen dat ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst sprake was van schaarste aan tandartsen op de Nederlandse arbeidsmarkt, en niet slechts van een dreiging van toekomstige schaarste. Het middel slaagt daarom.

3.4.3.

Aangezien de specifieke deskundigheid van belanghebbende niet in geschil is, betekent het voorgaande, gelet op onderdeel 3.2 hiervoor, dat de Inspecteur de toepassing van de 30%-regeling ten onrechte heeft geweigerd.

4 Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie gegrond,

vernietigt de uitspraak van het Hof,

bevestigt de uitspraak van de Rechtbank,

gelast dat de Staatssecretaris aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 118,

gelast dat de Inspecteur aan het Hof betaalt het griffierecht ter zake van de behandeling van het hoger beroep ten bedrage van € 466,

veroordeelt de Staatssecretaris in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 944 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en

veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding voor het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 944 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, P.M.F. van Loon, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2013.