Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:1092

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-11-2013
Datum publicatie
04-11-2013
Zaaknummer
13/01705
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Artikel 81 RO-zaken
Cassatie
Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2013/2536
V-N 2013/59.8 met annotatie van Redactie
FutD 2013-2678
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 november 2013

nr. 13/01705

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X1] B.V. en [X2] te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 21 februari 2013, nrs. 11/00568, 11/00569, 11/00570, 11/00571, 11/00572 en 11//00574, op de hoger beroepen van belanghebbenden tegen uitspraken van de Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 10/812, AWB 10/1355, AWB 10/1552, AWB 10/1707, AWB 10/1915 en AWB 10/2796) betreffende de aan [X1] B.V. over de periode 1 januari 2003 tot en met 31 december 2005 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting en de daarbij gegeven boeteschikkingen, de aan [X1] B.V. over de jaren 2004, 2005 en 2006 opgelegde navorderingsaanslagen in de vennootschapsbelasting en de daarbij voor het jaar 2006 gegeven boetebeschikking, alsmede de aan [X2] voor het jaar 2005 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

2.1.

Op klachten, aan de Hoge Raad ter kennis gebracht na afloop van de termijn voor het indienen van een beroepschrift in cassatie - of, indien voor het motiveren van een beroepschrift op de voet van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht een termijn is gesteld: na afloop van die termijn - slaat de Hoge Raad geen acht. De door belanghebbende eerst bij de conclusie van repliek in cassatie aangevoerde klachten blijven derhalve buiten behandeling.

2.2.

De overige klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2013.