Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2013:1088

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-11-2013
Datum publicatie
01-11-2013
Zaaknummer
13/03486
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:892, Gevolgd
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Artikel 80a RO-zaken
Inhoudsindicatie

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/1317
JWB 2013/516
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 november 2013

Eerste Kamer

nr. 13/03486

RM/GB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. E.J.W.F. Deen.

Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als verzoeker.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak C/10/412361/FT-EA 12.2571 van de rechtbank Rotterdam van 25 januari 2013;

b. het arrest in de zaak 200.120.941/01 van het gerechtshof Den Haag van 9 juli 2013.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

De advocaat van verzoeker heeft op dit op 20 september 2013 gedateerde en op 23 september 2013 aan partijen toegezonden standpunt gereageerd bij brief van 8 oktober 2013. Nu deze reactie meer dan twee weken nadat het standpunt aan verzoeker was verzonden, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv, bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van
de Procureur-Generaal onder 2).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 november 2013.