Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BY8742

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-12-2012
Datum publicatie
18-01-2013
Zaaknummer
CPG 12/01078
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Conclusie PG:

Belanghebbende verzorgt de opleiding van adspirant-registerloodsen. Een adspirant-registerloods gaat een leerovereenkomst aan met belanghebbende en volgt gedurende een periode van ongeveer 12 maanden de opleiding tot registerloods. De adspirant-registerloods ontvangt van belanghebbende een maandelijkse vergoeding van ongeveer € 2.600. Het geschil betreft de vraag of belanghebbende verplicht is premies in te houden voor de werknemersverzekeringen. Hierbij gaat het om de vraag of er sprake is van een privaatrechtelijke dan wel fictieve dienstbetrekking tussen belanghebbende en de adspirant-registerloodsen.

De Rechtbank heeft overwogen dat aan alle drie de elementen voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking is voldaan. De adspirant-registerloodsen verrichten persoonlijke arbeid, zijn gebonden tot het opvolgen van aanwijzingen en er is een loonbetalingsplicht aanwezig. Het hof sluit zich bij dit oordeel aan. Het Hof overweegt dat de door de adspirant-registerloods te verrichten activiteiten, bestaande in het volgen van de opleiding en in het in dat kader onder begeleiding uitvoeren van werkzaamheden als loods, hebben te gelden als arbeid.

De civiele kamer van de Hoge Raad heeft beslist dat een stageovereenkomst, waarbij de activiteiten van de stagiair overwegend gericht zijn op het uitbreiden van eigen kennis en ervaring, zulks mede met het oog op de voltooiing van een opleiding, geen arbeidsovereenkomst is. Ook volgens de CRvB is het verrichten van werkzaamheden met het oog op de voltooiing van een studie of een opleiding mede met het doel kennis en ervaring uit te breiden, alleen dan verenigbaar met het aannemen daarvan als arbeid in dienstbetrekking, wanneer de voorwaarden waaronder de werkzaamheden worden verricht die conclusie wettigen.

Gelet op voornoemde jurisprudentie concludeert A-G Niessen dat de activiteiten van de adspirant-registerloodsen (overwegend) gericht zijn op het vergaren van kennis en vaardigheden en niet op het verrichten van productieve arbeid in de zin van een dienstbetrekking. Het oordeel van het Hof kan niet in stand blijven. Ambtshalve concludeert de A-G dat er alleen sprake is van premieplicht voor de Ziektewet op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel g, van de Ziektewet.

De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van de belanghebbende gegrond dient te worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
USZ 2013/183
V-N Vandaag 2013/195
VNT 2013/13t.30
V-N 2013/13.30
V-N 2013/21.17
V-N Vandaag 2013/1060
NJB 2013/1315
RAR 2013/121
BNB 2013/180

Uitspraak

Derde kamer - uitspraak volgt