Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BY5726

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-12-2012
Datum publicatie
11-12-2012
Zaaknummer
12/03044 H
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2008:BC7360
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/81

Uitspraak

11 december 2012

Strafkamer

nr. S 12/03044 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 maart 2008, nummer 20/002022-06, ingediend door:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

1.1. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Breda van 11 mei 2006 - de aanvrager ter zake van "moord" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig jaren.

1.2. Tegen deze uitspraak van het Hof is beroep in cassatie ingesteld. Bij arrest van 12 januari 2010 (LJN BK4179) heeft de Hoge Raad in verband met een overschrijding van de redelijke termijn de bestreden uitspraak vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf. De Hoge Raad heeft de gevangenisstraf verminderd in die zin dat deze negentien jaren en zes maanden beloopt. Het beroep is voor het overige verworpen.

2. De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvraag

3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

3.2. Van de in de aanvraag vermelde gegevens kan niet worden gezegd dat de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken, daarmee niet bekend was.

3.3. Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 11 december 2012.

Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.