Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BY2841

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-12-2012
Datum publicatie
04-12-2012
Zaaknummer
11/05508 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BY2841
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 94a Sv. Beklag, beslag. Het moet er in cassatie voor worden gehouden dat geen beslag (meer) rust op de bankrekening van klaagster. Dit betekent dat klaagster geen belang meer heeft bij het beroep. De HR verklaart klaagster n-o in het beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2013/32

Uitspraak

4 december 2012

Strafkamer

nr. S 11/05508 B

AJ/KD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank 's-Gravenhage van 20 september 2011, nummer RK 11/1890, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[Klaagster], gevestigd te [vestigingsplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. R.A.J. Verploegh, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de klaagster niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Rechtbank heeft bij beschikking van 20 september 2011 het klaagschrift van de klaagster strekkende tot opheffing van het beslag op klaagsters bankrekening met nummer [0001], ongegrond verklaard. Op grond van door de Advocaat-Generaal ingewonnen inlichtingen, zoals in de conclusie vermeld, moet het in cassatie ervoor worden gehouden dat geen beslag (meer) rust op voornoemde bankrekening. Dit betekent dat de klaagster geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking van de Rechtbank zodat zij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2012.