Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BY0485

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
21-12-2012
Zaaknummer
12/00397
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BY0485
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2011:BU6274, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Buitencontractuele zorgplicht, aansprakelijkheid? Omstandigheden van het geval. HR 24 september 2004, LJN AO9069, NJ 2008/587. Deels art. 81 lid 1 RO.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2013/31 met annotatie van N. de Boer
NJ 2013/46
RvdW 2013/88
NJB 2013/148
RAV 2013/31
S&S 2013/61
JWB 2013/1

Uitspraak

21 december 2012

Eerste Kamer

12/00397

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

HZPC HOLLAND B.V.,

gevestigd te Joure, gemeente Skarsterlân,

EISERES tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. P.A. Ruig, thans mr. M. Ynzonides,

t e g e n

BUREAU VERITAS-INSPECTION-VALUATION ASSESSMENT AND CONTROL-BIVAC B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als HZPC en Veritas B.V.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 307687/HA ZA 08-1298 van de rechtbank Rotterdam van 23 juli 2008 en 12 augustus 2009;

b. het arrest in de zaak 200.047.490/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 18 oktober 2011.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft HZPC beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Veritas B.V. heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor HZPC toegelicht door haar advocaat en mr. L.J. Burgman, advocaat te Amsterdam, en voor Veritas B.V. door haar advocaat en mr. K.J.O. Jansen, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van HZPC heeft bij brief van 12 oktober 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) HZPC exporteert pootaardappelen naar onder andere Angola. In 2007 heeft HZPC een partij pootaardappelen verkocht aan een in Angola wonende koper. De regering van Angola vereist inspectie van ingevoerde pootaardappelen door een erkend inspectiebureau, zoals Veritas, een onderneming met haar hoofdkantoor in Frankrijk en vestigingen in verschillende landen, onder meer in Angola en Nederland (namelijk Veritas B.V.). Deze onderneming, daaronder begrepen de verschillende, al dan niet afzonderlijke rechtspersoonlijkheid bezittende vestigingen, wordt hierna aangeduid als Veritas, of: de Veritasorganisatie.

(ii) De gebruikelijke gang van zaken bij een dergelijke transactie, die ook in het onderhavige geval is gevolgd, is dat de Angolese afnemer opdracht geeft aan de lokale "agent" van Veritas in Angola tot inspectie van de aangekochte partij pootaardappelen. Door het hoofdkantoor van Veritas in Frankrijk wordt vervolgens een, ten dele al ingevuld, aanvraagformulier getiteld "request for inspection" per fax aan HZPC gezonden, die dit formulier op haar beurt verder invult en ondertekent, met name door daarop datum en plaats in te vullen waarop inspectie kan plaatsvinden (in dit geval bij de verlader in de haven van Vlissingen). Vervolgens verzendt HZPC dit ingevulde formulier per fax aan Veritas B.V., die dan de inspectie dient uit te voeren.

(iii) In het onderhavige geval heeft HZPC op het aanvraagformulier als 'foreseen date of inspection' ingevuld 16 mei 2007 en als plaats van inspectie [A] v.o.f. (de verlader). HZPC heeft het aldus ingevulde en ondertekende formulier op 11 mei 2007 per fax aan Veritas B.V. verzonden. Inspectie van de bewuste partij pootaardappelen heeft niet plaatsgevonden voordat het schip op 23 mei 2007 de haven van Vlissingen verliet. Op 4 of 5 juni 2007 ontdekte HZPC dat de aardappelen waren verscheept voordat inspectie had plaatsgevonden. Op 6 juni 2007 heeft Veritas Frankrijk aan HZPC verzocht om toezending van de 'breakdown of invoice'.

(iv) Uiteindelijk heeft alsnog inspectie door Veritas plaatsgevonden in Angola, maar volgens HZPC waren de daaraan verbonden kosten veel hoger dan zij in Nederland zouden zijn geweest. HZPC heeft die hogere kosten voor haar rekening moeten nemen en ook nog steekpenningen moeten betalen. Bovendien heeft het schip vertraging opgelopen doordat het met de niet-geïnspecteerde partij aardappelen de haven niet in mocht. HZPC heeft hierdoor kosten moeten maken wegens demurrage.

3.2.1 HZPC vordert vergoeding van de schade die zij heeft geleden doordat de inspectie niet in Nederland heeft plaatsgevonden, ten belope van € 86.295,94 (kosten inspectie en steekpenningen) plus € 98.055,56 (demurrage). HZPC heeft aan deze vorderingen ten grondslag gelegd dat Veritas B.V. jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld door, in afwijking van de gang van zaken die jarenlang tussen partijen gebruikelijk was en waarop HZPC heeft vertrouwd, niet tijdig de aardappelen te inspecteren. HZPC stelt daartoe mede dat Veritas B.V. haar fax van 11 mei 2007 heeft ontvangen, hetgeen blijkt uit het feit dat HZPC een positief verzendrapport heeft ontvangen. Indien deze fax bij Veritas B.V. in het ongerede is geraakt, komt dat voor haar risico.

3.2.2 De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen.

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het overwoog daartoe, zakelijk weergegeven, als volgt.

De rechtbank heeft terecht overwogen dat geen contractuele band bestond tussen Veritas B.V. en de Angolese afnemer van de partij pootaardappelen (rov. 2.2).

Het is in beginsel niet uitgesloten dat Veritas B.V. onrechtmatig jegens HZPC heeft gehandeld zonder dat tevens sprake is van een door Veritas B.V. gepleegde wanprestatie jegens een derde. Het hof zal onderzoeken of dit het geval is (rov. 3.2). Daarbij neemt het hof veronderstellenderwijs tot uitgangspunt dat Veritas B.V. het faxbericht van 11 mei 2007 heeft ontvangen. Veritas B.V. heeft voor dat geval gesteld dat deze fax in het ongerede is geraakt, hetgeen HZPC niet heeft weersproken. Voorts dient tot uitgangspunt dat HZPC niet heeft gesteld dat Veritas B.V. bewust of opzettelijk geen inspectie heeft uitgevoerd, zodat moet worden aangenomen dat de inspectie niet heeft plaatsgevonden doordat de fax in het ongerede is geraakt (rov. 4.2).

Het enkele feit dat de fax bij Veritas B.V. in het ongerede is geraakt, hoewel op zichzelf liggend binnen de risicosfeer van Veritas B.V., is van onvoldoende gewicht om het oordeel te kunnen dragen dat Veritas B.V. onrechtmatig jegens HZPC heeft gehandeld. Het hof is van oordeel dat het de verantwoordelijkheid van HZPC was om zich ervan te vergewissen dat de inspectie had plaatsgevonden. Daarbij is met name van belang dat aan HZPC, naar zij desgevraagd bij pleidooi niet heeft ontkend, diverse eenvoudige mogelijkheden ten dienste stonden om te verzekeren dat tijdige inspectie zou plaatsvinden, bijvoorbeeld door na verzending van het 'request for inspection' bij Veritas B.V. te informeren of de inspectie inderdaad tijdig zou worden uitgevoerd, of door aan haar verlader [A] te verzoeken haar te waarschuwen indien inspectie zou uitblijven. Juist het feit dat voor HZPC grote belangen op het spel stonden bij tijdige inspectie, brengt mee dat het in de eerste plaats op haar weg lag om zich ervan te vergewissen dat die inspectie zou plaatsvinden. De omstandigheid dat het in het verleden altijd goed was gegaan zonder dergelijke controle van HZPC, rechtvaardigt het achterwege laten van die controle niet (rov. 4.3).

3.3 Onderdeel 1 van het hiertegen gerichte middel berust op de rechtsregel die is geformuleerd in HR 24 september 2004, LJN AO9069, NJ 2008/587 (Vleesmeesters/Alog). Daarvan uitgaande stelt het onderdeel dat de contractuele verhouding tussen de Veritasorganisatie en de Angolese afnemer van de partij pootaardappelen, de zorgplicht kleurt die op Veritas B.V., als de uiteindelijke uitvoerder van de opdracht, rustte. Deze zorgplicht gold ook jegens HZPC als de voor Veritas B.V. kenbare belanghebbende bij een tijdige inspectie, temeer omdat Veritas zich extern - en ook in dit geding - presenteert als één wereldwijde organisatie. Het hof heeft dit volgens het onderdeel miskend, althans in dit licht zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd.

3.4.1 Het onderdeel faalt. In het onderhavige geval, waarin tussen HZPC en Veritas B.V. geen contractuele relatie bestond, is de enkele omstandigheid dat laatstgenoemde de hiervoor in 3.2.1 bedoelde fax heeft ontvangen maar daarvan geen kennis heeft genomen omdat deze in het ongerede is geraakt, onvoldoende voor het oordeel dat Veritas B.V. onrechtmatig tegenover HZPC heeft gehandeld. Nu tot uitgangspunt dient dat Veritas B.V., om genoemde reden, niet van de fax heeft kennisgenomen en dus niet op de hoogte is geraakt van het verzoek om inspectie, kan ook niet worden gezegd dat zij gehouden was haar gedrag mede door de belangen van HZPC te laten bepalen als bedoeld in het door het onderdeel vermelde arrest van 24 september 2004.

3.4.2 Het vorenoverwogene wordt niet anders in samenhang met de overige door HZPC gestelde, en door het hof veronderstellenderwijs aangenomen, omstandigheden van het geval. Meer in het bijzonder doet de omstandigheid dat Veritas zich extern - en ook in dit geding - presenteert als één wereldwijde organisatie, niet af aan de juistheid of begrijpelijkheid van het oordeel van het hof.

3.5 Ook de overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt HZPC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Veritas B.V. begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, C.A. Streefkerk en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 december 2012.