Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BX7462

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-09-2012
Datum publicatie
28-09-2012
Zaaknummer
12/01130
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX7462
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2011:BV3392, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bewindvoerder beschermingsbewind. Beheersdaad; art. 1:438 BW; gewone beheersdaad in de zin van art. 1:441 lid 2 onder a BW. Stilzwijgende toestemming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2012/553
RvdW 2012/1170
NJB 2012/2109
JWB 2012/444
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 september 2012

Eerste Kamer

12/01130

EE/RM

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

Mr. Roger Hubertus Maria Charles LIBOTTE, handelende onder de naam Cirkel Bewindvoeringen B.V., in zijn hoedanigheid van (voormalig) bewindvoerder in het meerderjarigenbewind over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene 1],

wonende te Maastricht,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. K. Aantjes.

Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als mr. Libotte.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaken 422318, 429949, 429950, 429951, 429952, 422271 en 422316 van de kantonrechter te Maastricht van 14 juni 2011;

b. de beschikking in de zaak 200.093.989/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 november 2011.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft mr. Libotte beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping.

De advocaat van mr. Libotte heeft bij brief van 21 september 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

Mr. Libotte is op de voet van art. 1:435 BW aangesteld tot bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene 1] (hierna: rechthebbende). Mr. Libotte heeft in die hoedanigheid rekening en verantwoording afgelegd over de periode 8 april 2008 tot en met 31 december 2010, en daarbij vermeld dat hij in 2009 en 2010 ten laste van rechthebbende bedragen van respectievelijk € 60,-- en € 120,-- heeft uitbetaald aan Idieka B.V. ten behoeve van de software applicatie Smart FMS.

3.2 Naar het oordeel van de kantonrechter dienen de kosten ten behoeve van de software applicatie Smart FMS begrepen te zijn in de ongespecificeerde kantoorkosten vervat in de bewindvoerdersbeloning, zodat deze kosten niet nogmaals ten laste van rechthebbende mogen worden gebracht. De kantonrechter heeft ter zake van genoemde bedragen haar goedkeuring aan de rekening en verantwoording onthouden en beslist dat de bewindvoerder deze bedragen van in totaal € 180,-- aan rechthebbende dient terug te betalen.

3.3 Het hof heeft de beschikking van de kantonrechter wat betreft de kosten van de Smart FMS-applicatie bekrachtigd. Het overwoog daartoe dat het Smart FMS-systeem niet alleen rechthebbende ten goede komt maar ook (financiële) voordelen biedt aan de bewindvoerder zelf (rov. 3.6.1) en dat het sluiten van overeenkomsten ten behoeve van het gebruik van de Smart FMS-applicatie niet kan worden gezien als een beheersdaad, nu de applicatie volgens mr. Libotte niet noodzakelijk is om het bewind over de goederen en financiën te voeren (rov. 3.6.2). Voorts heeft het hof overwogen dat het sluiten van een overeenkomst met de leverancier van de applicatie op basis van de algemene vertegenwoordigingsregels zou kunnen zijn toegestaan indien de rechthebbende daartoe uitdrukkelijk toestemming zou hebben gegeven. Daarvan is naar het oordeel van het hof in het onderhavige geval geen sprake. Rechthebbende behoorde tot een groep die collectief is aangesloten op het systeem en die niet tijdens het intakegesprek is gewezen op het gebruik en de kosten van het systeem; hij noch de kantonrechter heeft uitdrukkelijk toestemming gegeven voor het gebruik van het systeem. Mr. Libotte mocht in het geval van deze rechthebbende dan ook niet ervan uitgaan dat de kosten van de overeenkomsten met betrekking tot de applicatie ten laste van de rechthebbende zouden komen. Dat rechthebbende gebruik heeft gemaakt van de hem ongevraagd opgedrongen applicatie, doet aan het voorgaande niet af. Aldus heeft de bewindvoerder door het ongevraagd en zonder voorafgaande toestemming sluiten van overeenkomsten met financiële consequenties voor rechthebbende zijn bevoegdheid overschreden en is hij hiervoor op grond van art. 1:444 BW aansprakelijk. De kantonrechter heeft terecht beslist dat de voor het gebruik van het systeem geïnde gelden moeten worden terugbetaald, aldus het hof (rov. 3.6.4).

3.4 Het middel is gericht tegen de hiervoor in 3.3 weergegeven overwegingen. Het strekt ten betoge dat het hof de strekking van art. 1:441 lid 2 BW heeft miskend, dat het gebruik van het Smart FMS-systeem geheel in het belang van de rechthebbende zelf is, dat een bewindvoerder niet de toestemming van de rechthebbende of de machtiging van de kantonrechter behoeft voor handelingen als de onderhavige die in het belang van de rechthebbende noodzakelijk, nuttig of wenselijk zijn, en dat de toestemming van de rechthebbende ook stilzwijgend kan worden gegeven, hetgeen in dit geval is geschied doordat rechthebbende wist dat hij was aangesloten op het systeem en daarvan feitelijk gebruik heeft gemaakt, zodat hij stilzwijgend heeft ingestemd met de daarmee samenhangende kostenpost.

3.5 Het oordeel van het hof dat het gebruik van het Smart FMS-systeem aan mr. Libotte (financieel) ten goede komt, is feitelijk en niet onbegrijpelijk. Voorts is niet bestreden het oordeel dat de applicatie niet nodig is om het bewind over de goederen van rechthebbende te voeren. Op grond van een en ander kon het hof, zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting, tot het oordeel komen dat het sluiten van de overeenkomsten ten behoeve van het gebruik van de Smart FMS-applicatie niet als een beheersdaad kan worden gezien. Daarmee heeft het hof immers tot uitdrukking gebracht dat het sluiten van de overeenkomsten met betrekking tot de applicatie buiten de grenzen van een normale exploitatie van de onder bewind gestelde goederen en daarmee buiten het in art. 1:438 lid 1 BW bedoelde bewind valt, terwijl op dezelfde gronden ook niet gesproken kan worden van een "gewone beheersdaad" die de bewindvoerder ingevolge art. 1:441 lid 2, aanhef en onder a, BW, zonder toestemming van de rechthebbende mag verrichten. Aan dit oordeel staat niet in de weg dat het gebruik van het Smart FMS-systeem (tevens) nuttig en leerzaam voor de rechthebbende kan zijn.

Voorts heeft het hof niet miskend dat het geven van toestemming door de rechthebbende aan de bewindvoerder voor het verrichten van bepaalde (rechts)handelingen (op grond waarvan de bewindvoerder die rechtshandelingen namens de rechthebbende mag verrichten, hetzij krachtens de algemene regels van volmacht, hetzij ingevolge art. 1:441 lid 2, aanhef en onder a, BW) ook stilzwijgend kan geschieden. Het heeft immers in rov. 3.6.4 geoordeeld dat mr. Libotte in het geval van deze rechthebbende niet ervan mocht uitgaan dat de kosten van de overeenkomsten met betrekking tot de applicatie ten laste van de rechthebbende zouden komen. In dit laatste ligt het oordeel besloten dat de door mr. Libotte aangevoerde omstandigheden - daarin bestaande dat de rechthebbende behoorde tot de groep die collectief was aangesloten op de Smart FMS-applicatie, zonder dat hij vooraf op de kosten van het systeem was gewezen, en dat de rechthebbende gebruik maakte van de applicatie - onvoldoende zijn om van een stilzwijgend gegeven toestemming uit te mogen gaan. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat aan het aannemen van stilzwijgende toestemming van de rechthebbende voor het verrichten van handelingen die op zichzelf buiten het bewind vallen hoge eisen gesteld mogen worden, nu het bewind ertoe strekt kwetsbare meerderjarigen te beschermen.

3.6 De klachten van het middel falen derhalve.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 28 september 2012.