Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BX7198

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-09-2012
Datum publicatie
14-09-2012
Zaaknummer
11/05671
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Artikel 8:43 Awb jo. artikel 29 AWR. Verzoek om uitstel conclusie van repliek afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2012/2169
V-N 2012/46.14 met annotatie van Redactie
BNB 2012/279
FutD 2012-2283
NTFR 2012/2235 met annotatie van mr. A.A. Feenstra
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 september 2012

nr. 11/05671

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 november 2011, nr. 11/00333, betreffende aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de premie Zorgverzekeringswet.

1. Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende zijn voor het jaar 2007 aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de premie Zorgverzekeringswet opgelegd, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur zijn gehandhaafd.

De Rechtbank te Breda (nr. AWB 10/3252) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, het bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur vernietigd en de aanslagen verminderd.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiƫn heeft een verweerschrift ingediend.

3. Verzoek om verlenging van de termijn voor indiening conclusie van repliek

3.1. Bij brief van 2 maart 2012 heeft de Hoge Raad de gemachtigde van belanghebbende in de gelegenheid gesteld binnen vier weken een conclusie van repliek in te dienen. Bij brief van 17 maart 2012 heeft de gemachtigde de Hoge Raad verzocht om verlenging van de hem gegeven termijn, aangezien hij de volgende dag op vakantie zou gaan.

3.2. De Hoge Raad heeft dit verzoek afgewezen. De gemachtigde heeft zich daarover beklaagd.

3.3. Een termijn van vier weken zoals ook in deze zaak gesteld, is als regel voldoende om een partij gelegenheid te bieden voor het geven van een reactie op het verweerschrift van de andere partij. Bij aanwezigheid van bijzondere omstandigheden kan er aanleiding zijn de termijn voor het indienen van een conclusie van repliek te verlengen. De enkele omstandigheid dat de gemachtigde in verband met zijn vakantie gedurende een deel van de termijn afwezig zal zijn, geldt niet als een bijzondere omstandigheid in vorenbedoelde zin.

4. Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

6. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2012.