Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BX6752

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-10-2012
Datum publicatie
27-11-2012
Zaaknummer
11/00947
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX6752
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Artt. 360.1, 360.4 en 344a.3 Sv. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN ZD1460 over de motiveringseisen t.a.v. het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Het Hof heeft tot het bewijs gebezigd een p-v van politie houdende de weergave van telefonisch aan de politie verstrekte informatie van een persoon die anoniem wil blijven. Dit p-v moet worden aangemerkt als schriftelijk bescheid a.b.i. art. 344a.3 Sv. Het Hof heeft in strijd met art. 360.1 Sv nagelaten het gebruik van dit bewijsmiddel nader te motiveren; dit leidt tot nietigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 oktober 2012

Strafkamer

nr. S 11/00947

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 februari 2011, nummer 22/004534-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Zuid-Oost, locatie Maashegge" te Overloon.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde feit en de strafoplegging, tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof voor het bewijs van het onder 1 tenlastegelegde gebruik heeft gemaakt van een schriftelijk bescheid houdende een verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, zonder dit gebruik naar de eis der wet te motiveren.

2.2.1. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:

"hij op 06 december 2009 te Wateringen, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [betrokkene 1] en [betrokkene 2] heeft gedwongen tot de afgifte van enig geldbedrag toebehorende aan [A] welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- betreden van dat filiaal met een bivakmuts op het hoofd en

- zichtbaar aanwezig hebben van een of meer vuurwapen(s), althans daarop gelijkende voorwerpen en een breekijzer en

- beetpakken van [betrokkene 3] en

- vastpakken om de nek en het meetrekken van [betrokkene 4] en

- drukken van een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp tegen de nek van [betrokkene 4] en

- uiten van de woorden: "Overval, overval!" en "Niemand bewegen! Handen omhoog!" en "Geld. Doe al het geld in die zak" en "Ik wil alles hebben. Maak de kluis open" en "Ik zie geen briefjes. Maak die onderkant open" en "Je moet meehelpen" en "Niets drukken/geen knop indrukken, handen omhoog" en "Open de kassa's" en "Ik wil jullie geen pijn doen' en "Ik wil (alleen) briefjes" en "Waar is de kluis" en "Geef geld" en "Doe er geld in" en "Beweeg niet" en "Ik wil jullie echt niets doen" en "Sneller, sneller" en

- drukken van een voorwerp op het hoofd van [betrokkene 1] en

- richten van een vuurwapen op [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en [betrokkene 3]

- vasthouden van [betrokkene 4]."

2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt onder meer op het volgende bewijsmiddel:

"1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 december 2009 van de politie Haaglanden, nr. 2009032336-2, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, deel uitmakend van het Zakendossier "overval [A] 06 december 2009". Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven-:

als relaas van deze opsporingsambtenaar (blz. 57):

Op 13 december 2009 komt er een anonieme melding binnen bij de landelijke meldlijn. Er zijn op zondag 6 december (het hof begrijpt: 2009) 3 jongens gezien bij de [A] met (bivak)mutsen op. Een van die jongens is herkend als [medeverdachte], een Marokkaanse jongen die bij de [A] heeft gewerkt als manager rond september '09. De auto waar ze uitstapten was een donkergroene Renault."

2.2.3. Het Hof heeft voorts het volgende overwogen:

"Bewijsverweer

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep - overeenkomstig zijn pleitaantekeningen - betoogd verkort en zakelijk weergegeven dat de belastende verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] het enige directe bewijs is dat de verdachte betrokken is geweest bij het onder 1 tenlastegelegde strafbare feit en dat die verklaringen voor wat de betrokkenheid van de verdachte betreft, onbetrouwbaar zijn en van het bewijs dienen te worden uitgesloten.

Het hof verwerpt het verweer van de raadsman. Anders dan de raadsman kennelijk meent zijn er naast de verklaringen van [medeverdachte] meerdere betrouwbare wettige bewijsmiddelen in het dossier aanwezig. Verder blijkt uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen dat er melding is gemaakt van het feit dat - verkort en zakelijk weergegeven - er door de daders gebruik is gemaakt van een groene Renault, dat de verdachte in het bezit was van een dergelijke auto en dat verbalisanten op 9 december 2009 in deze auto een plastic tas hebben aangetroffen met eenzelfde opschrift zoals die volgens getuige [betrokkene 2] is gebruikt bij de overval.

(...)

Naar het oordeel van het hof zijn de door [medeverdachte] voornoemd afgelegde verklaringen voldoende betrouwbaar om voor het bewijs te worden gebezigd. Dat [medeverdachte] een reden zou hebben om de verdachte ten onrechte te belasten is weliswaar door de verdediging aangevoerd, maar is naar het oordeel van het hof op grond van het onderzoek ter terechtzitting en het dossier niet aannemelijk geworden."

2.3. Ingevolge het ook in hoger beroep toepasselijke

art. 360, eerste en vierde lid, Sv behoort de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, als bedoeld in art. 344a, derde lid, Sv, op straffe van nietigheid nader te motiveren. Dit betekent dat de rechter zal moeten aangeven dat aan de eisen van art. 344a, derde lid, Sv is voldaan, terwijl hij tevens blijk ervan dient te geven zelfstandig de betrouwbaarheid van de anonieme verklaring te hebben onderzocht (vgl. HR 11 mei 1999, LJN ZD1460, NJ 1999/526).

2.4. Het Hof heeft tot het bewijs gebezigd een proces-verbaal van politie houdende de weergave van telefonisch aan de politie verstrekte informatie van een persoon die anoniem wil blijven. Dit proces-verbaal moet worden aangemerkt als een schriftelijk bescheid als bedoeld in art. 344a, derde lid, Sv. Het Hof heeft dit bescheid voor het bewijs gebruikt, maar in strijd met art. 360, eerste lid, Sv nagelaten het gebruik van dit bewijsmiddel nader te motiveren. Dit leidt ingevolge art. 360, vierde lid, Sv tot nietigheid.

2.5. Het middel slaagt.

3. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer W.F. Groos als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 23 oktober 2012.