Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BX6397

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-10-2012
Datum publicatie
05-10-2012
Zaaknummer
12/02316
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX6397
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3047, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Cassatie. Wet versterking cassatierechtspraak. Uitleg art. 81 lid 2 RO. Toepassing art. 81 lid 1 RO door meervoudige kamer van vijf leden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/1228
NJ 2012/569
JWB 2012/453
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 oktober 2012

Eerste Kamer

12/02316

EE/DH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

WESTERN GULF ADVISORY ASSETS AND WEALTH MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Laren,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. M.E. Bruning,

t e g e n

[Verweerder], handelend onder de naam Vedicom,

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als WGA en Vedicom.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 11/682 F van de rechtbank Amsterdam van 15 november 2011 en 23 december 2011;

b. het arrest in de zaak 200.099.623/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 26 april 2012.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft WGA beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Vedicom heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van WGA heeft bij brief van 21 augustus 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Opgemerkt wordt dat art. 81 lid 2 RO, dat is ingevoerd bij Wet van 15 maart 2012, Stb. 116 (Wet versterking cassatierechtspraak) en in werking is getreden op 1 juli 2012, weliswaar bepaalt dat het cassatieberoep wordt behandeld en beslist door drie leden van een meervoudige kamer, maar dat deze bepaling blijkens de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2010/11, 32 576, nr. 6, p. 6, en nr. 7, p. 2) slechts de bestaande werkwijze van de Hoge Raad beoogt te formaliseren en dus niet uitsluit dat de Hoge Raad in een cassatieberoep dat wordt behandeld en beslist door een meervoudige kamer van vijf leden, toepassing geeft aan het bepaalde in art. 81 lid 1 RO.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 5 oktober 2012.