Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BX4566

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-09-2012
Datum publicatie
18-09-2012
Zaaknummer
10/04376
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX4566
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Vordering b.p. Tardief verweer. Uit de stukken blijkt niet dat de in het middel betrokken stelling door of namens verdachte in h.b. is ingenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/1156
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 september 2012

Strafkamer

nr. S 10/04376

SG/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 5 oktober 2010, nummer 21/003363-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M. de Reus, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en de opgelegde maatregel, en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel bevat de klacht dat het Hof de benadeelde partij ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard in zijn vordering.

2.2.1. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt - voor zover voor de beoordeling van het middel van belang - het volgende in:

"De voorzitter deelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken van de zaak, waaronder

(...)

- een map met stukken betreffende de benadeelde partij [betrokkene 1] namens [A];

(...)

De verdachte verklaart - zakelijk weergegeven - als volgt:

(...)

De vordering van de benadeelde partij kan ik op dit moment niet betalen.

(...)

De advocaat-generaal voert het woord (...).

De advocaat-generaal deelt daarbij mede, zakelijk weergegeven:

(...)

De vordering van de benadeelde partij is ondertekend door de echtgenote. Daar hoeven niet te zware consequenties aan vast te zitten omdat de echtgenote ook is benadeeld. Ik vraag de vordering voor het hele bedrag toe te wijzen en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De verdachte en de raadsman voeren het woord tot verdediging. De raadsman voert aan, zakelijk weergegeven: (...)"

2.2.2. De bestreden uitspraak houdt ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij het volgende in:

"De vordering van de benadeelde partij [A], t.a.v. [betrokkene 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 465,59 (vierhonderdvijfenzestig euro en negenenvijftig cent). De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot het hierna te noemen bedrag zal worden toegewezen."

2.3. In het middel wordt aangevoerd dat zich als benadeelde partij [betrokkene 1] heeft gevoegd, doch dat "[h]et voegingsformulier van deze benadeelde partij is ondertekend door '[betrokkene 1]', blijkens het voegingsformulier de echtgenote van [betrokkene 1]", terwijl niet is gebleken dat aan [betrokkene 1] daartoe een bijzondere schriftelijke volmacht is verleend. Daaraan wordt de conclusie verbonden dat het Hof haar niet als vertegenwoordiger van de benadeelde partij had mogen aanmerken en de benadeelde partij niet-ontvankelijk had moeten verklaren in zijn vordering.

2.4. Uit de stukken blijkt niet dat de in het middel betrokken stelling door of namens de verdachte in hoger beroep is ingenomen. Omdat de beoordeling van die stelling mede een onderzoek van feitelijke aard zou vergen, kan het middel niet slagen.

2.5. Het middel faalt.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 18 september 2012.