Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BX4559

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-09-2012
Datum publicatie
18-09-2012
Zaaknummer
10/01479
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX4559
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Motivering vrijspraak. Gebruik getuigenverklaringen voor het bewijs. Het Hof heeft overwogen dat het uit het onderzoek ttz. niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen dat verdachte het hem primair en subsidiair tlgd. heeft begaan. In deze overwegingen heeft het Hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat het voorhanden wettige bewijsmateriaal - i.h.b. de bij de politie afgelegde verklaringen van X en Y die de enige bewijsmiddelen vormen waaruit verdachtes betrokkenheid bij het hem tlgd. rechtstreeks kan volgen - overtuigingskracht mist, aangezien deze verklaringen t.o.v. de Pr zijn ingetrokken en het Hof zich geen oordeel heeft kunnen vormen over de betrouwbaarheid van deze verklaringen. Deze - niet onbegrijpelijke - motivering kan zijn oordeel zelfstandig dragen. Daaraan kan de in ‘s Hofs overwegingen tevens opgenomen verwijzing naar het aldaar vermelde arrest van de HR niet afdoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/1155
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 september 2012

Strafkamer

nr. S 10/01479

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 17 december 2009, nummer 21/000342-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Utrecht, locatie Nieuwegein" te Nieuwegein.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] niet voor het bewijs mogen worden gebezigd, althans dat het Hof zijn oordeel in zoverre ontoereikend heeft gemotiveerd.

2.2. Het Hof heeft de verdachte van het tenlastegelegde - te weten, kort gezegd, primair medeplegen van een woninginbraak en subsidiair opzetheling dan wel culpoze heling - vrijgesproken. Het heeft dienaangaande overwogen:

"Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Op 24 juni 2006 tussen 01:30 uur en 08:45 uur werd er ingebroken in de woning [a-straat 1] te Leusden. Bij deze inbraak werd onder andere een computer weggenomen. Op 24 juni 2006 tussen 18:19 en 18:35 uur werd er met deze computer ingelogd op MSN (chatprogramma van Microsoft) vanaf het (unieke) IP-adres [b-straat 1] te Amersfoort. Dit is het woonadres van de broers [betrokkene 1 en 2]. Zij hebben beiden, kort gezegd, bij de politie verklaard dat [betrokkene 2] de computer heeft gekocht van verdachte. Ter zitting van de politierechter d.d. 20 november 2007 en 22 januari 2008 zijn zij beiden teruggekomen op hun bij de politie afgelegde verklaring.

De verklaringen zoals afgelegd bij de politie van [betrokkene 1 en 2] zijn de enige bewijsmiddelen waaruit verdachtes betrokkenheid bij het tenlastegelegde feit rechtstreeks kan volgen.

Gelet op het feit dat de verklaringen van [betrokkene 1 en 2] zoals afgelegd bij de politie de enige bewijsmiddelen zijn waaruit verdachtes betrokkenheid bij het tenlastegelegde feit rechtstreeks kan volgen en zij bij de politierechter hun belastende verklaringen hebben ingetrokken, ligt het, volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad in de rede dat deze getuigen ook ter terechtzitting van het hof gehoord worden zodat het hof zich een oordeel kan vormen omtrent de betrouwbaarheid van de verklaringen [noot: HR 1 februari 1994, NJ 1994/427]. Het openbaar ministerie had dat kunnen en moeten voorzien. Het hof ziet geen reden om ambtshalve alsnog te bepalen dat beide broers gehoord moeten worden. Het betreft een relatief oude zaak met een - intussen - beperkt belang, nu deze zaak onderdeel is van een reeks soortgelijke feiten waarvoor verdachte wel is veroordeeld. Het hof zal verdachte vrijspreken."

2.3. Het Hof heeft in zijn hiervoor onder 2.2 weergegeven motivering van de vrijspraak overwogen dat het uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen dat de verdachte het hem primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. In deze overwegingen heeft het Hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat het voorhanden wettige bewijsmateriaal - in het bijzonder de bij de politie afgelegde verklaringen van [betrokkene 1 en 2] die de enige bewijsmiddelen vormen waaruit verdachtes betrokkenheid bij het hem tenlastegelegde rechtstreeks kan volgen - overtuigingskracht mist, aangezien deze verklaringen ten overstaan van de Politierechter zijn ingetrokken en het Hof zich geen oordeel heeft kunnen vormen over de betrouwbaarheid van deze verklaringen. Deze - niet onbegrijpelijke - motivering kan zijn oordeel zelfstandig dragen. Daaraan kan de in deze overwegingen tevens opgenomen verwijzing naar het aldaar vermelde arrest van de Hoge Raad niet afdoen. Daarop stuit het middel af.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 18 september 2012.