Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BX4295

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-09-2012
Datum publicatie
11-09-2012
Zaaknummer
11/03941
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX4295
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Zonder instemming van verdachte horen van getuigen door één van de leden van het Hof als Rh-C die nadien aan het onderzoek ttz. heeft deelgenomen. Art. 316.2 Sv. Redelijke wetsuitleg van art. 316.2 Sv - dat ook in h.b. toepasselijk is - brengt mee dat de daar genoemde instemming stilzwijgend kan worden gegeven en dat zij kan worden afgeleid uit de proceshouding die partijen hebben aangenomen na aanwijzing van de R-C. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat noch het p-v van de tz. in h.b. waar de behandeling van de zaak na het tussenarrest is voortgezet, noch enig ander tot het strafdossier behorend stuk iets inhoudt waaruit zou kunnen worden afgeleid dat door of namens verdachte niet is ingestemd met de in dat tussenarrest vervatte aanwijzing, klaagt het middel tevergeefs dat het onderzoek ttz. in h.b. aan nietigheid lijdt.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 21
Wetboek van Strafvordering 316
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/1147
NJ 2012/691 met annotatie van T.M. Schalken
NBSTRAF 2012/328 met annotatie van prof. dr. J. Boksem
SR-Updates.nl 2012-0351
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 september 2012

Strafkamer

nr. S 11/03941

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 20 december 2010, nummer 21/003157-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.M. Rombouts, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel betoogt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aan nietigheid lijdt op de grond dat een aantal getuigen is gehoord door één van de leden van het Hof als Raadsheer-Commissaris zonder dat de verdachte daarmee heeft ingestemd, terwijl de Raadsheer-Commissaris nadien aan het onderzoek ter terechtzitting heeft deelgenomen.

2.2. Op grond van art. 316, tweede lid, Sv, dat ook in hoger beroep toepasselijk is, is de rechtbank bevoegd om, indien het openbaar ministerie en de verdachte daarmee instemmen, de voorzitter of een der rechters die over de zaak oordelen, als rechter-commissaris aan te wijzen met het oog op het horen van getuigen of deskundigen. Deze kan vervolgens - behoudens in het in voormeld artikellid genoemde geval - aan het verdere onderzoek ter terechtzitting deelnemen. Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat die instemming stilzwijgend kan worden gegeven en dat zij kan worden afgeleid uit de proceshouding die partijen hebben aangenomen na de aanwijzing van de rechter-commissaris.

2.3. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat noch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 oktober 2009 waar de behandeling van de zaak na het tussenarrest van 6 april 2009 is voortgezet noch enig ander tot het strafdossier behorend stuk iets inhoudt waaruit zou kunnen worden afgeleid dat door of namens de verdachte niet is ingestemd met de in dat tussenarrest vervatte aanwijzing, klaagt het middel tevergeefs dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aan nietigheid lijdt.

2.4. Het middel faalt.

3. Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 11 september 2012.